Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Hardenberg 2026

Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Link naar originele publicatie:
Deze link gaat naar een andere site
Type bekendmaking:
beleidsregel
Publicatiedatum:
05-02-2026



Beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Hardenberg 2026

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg;

 

overwegende dat voor de uitvoering van de bekostiging van het leerlingenvervoer beleidsregels zijn vastgesteld;

 

gelet op de Verordening leerlingenvervoer gemeente Hardenberg 2026;

 

b e s l u i t:

 

vast te stellen “beleidsregels leerlingenvervoer gemeente Hardenberg 2026”

 

DIT IS ONZE VISIE VOOR HET LEERLINGENVERVOER

Wanneer ouders het mobiliteitsvraagstuk tussen thuis en school niet zelf kunnen oplossen, neemt de gemeente haar maatschappelijke verantwoordelijkheid en vervult haar wettelijke verplichtingen volgens diverse onderwijswetgevingen. In samenwerking met de ouders en de leerling wordt gezocht naar een passende oplossing. Indien nodig wordt advies ingewonnen bij de school van de leerling.

 

Leerlingenvervoer is maatwerk. De leerling staat centraal. We kijken naar de fysieke, mentale en emotionele mogelijkheden van de leerling binnen zijn omgeving. De leerling moet zo zelfstandig mogelijk naar school gaan. Dit stimuleert vertrouwen, verantwoordelijkheidsgevoel en onafhankelijkheid. Daarmee is leerlingenvervoer niet alleen een oplossing voor een mobiliteitsvraagstuk, maar ook een kans voor de leerling om te groeien in zijn ontwikkeling.

 

We zetten de beschikbare voorzieningen in volgens een oplopende schaal: van zo licht als mogelijk tot zo zwaar als nodig. Daarbij zorgen we voor passende voorwaarden voor leerlingen die afhankelijk zijn van groepstaxivervoer. Door tijdig te signaleren wanneer ondersteuning nodig is, kunnen we snel ingrijpen en voorkomen dat de vraag naar hulp toeneemt. Een sterke samenwerking tussen leerlingenvervoer en andere ondersteuningsmogelijkheden is hierin cruciaal. Daarnaast benutten we beschikbare data om de kwaliteit van de dienstverlening te toetsen.

 

We werken volgens het STOMPT-principe

Het STOMPT-principe houdt in dat onze voorkeursvolgorde van personenverplaatsingen is: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobiliteitsdiensten (niet zijnde de taxi), Privéauto en tot slot het Taxivervoer. Om dit ook de voorkeursvolgorde van individuele reizigers te laten zijn, moeten Stappen, Trappen en Collectief vervoer (OV en mobiliteitsdiensten) aantrekkelijker worden. Het STOMPTprincipe is naast deze voorkeursvolgorde ook een ruimtelijk inrichtingsprincipe. Hoe dit inrichtingsprincipe uitpakt, is afhankelijk van het type locatie en ambitie. Denk hierbij aan investeren in veilige fietsverbindingen en een goede dekking van openbaar vervoer in onze gemeente. De integrale samenwerking met publiek vervoer is hierin erg waardevol.

 

Hoofdstuk 1 BEGRIPSBEPALINGEN EN ALGEMENE UITGANGSPUNTEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • 1.

    In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

    • -

      Basisregistratie Personen: databank met persoonsgegevens van personen die in Nederland wonen of gewoond hebben.

    • -

      Solo-vervoer: Structureel individueel vervoer per taxi

    • -

      STOMPT-principe: Dit is onze voorkeursvolgorde van personenverplaatsingen: Stappen, Trappen, Openbaar Vervoer, Mobiliteitsdiensten (niet zijnde de taxi), Privéauto en tot slot het Taxivervoer

    • -

      Verordening: Verordening leerlingenvervoer gemeente Hardenberg 2026.

    • -

      Vervoerder: De gecontracteerde partner van de gemeente Hardenberg die het aangepast vervoer uitvoert namens de gemeente uitvoert.

    • -

      Voor Elkaar Pas: Een geldig openbaar vervoer kaart, die door het college wordt verstrekt, waar een passend abonnement op wordt gezet. De rekeningen van de Voor Elkaar Pas gaan rechtstreeks naar de gemeente.

  • 2.

    Begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de verordening.

 

Hoofdstuk 2: EXTRA TOELICHTING OP AANVRAAGPROCEDURE VAN DE VERVOERSVOORZIENING, ARTIKEL 2-7 VAN DE VERORDENING

Artikel 2. Persoonlijk vervoersontwikkelingsplan

  • 1.

    Het college kan persoonlijke vervoersontwikkelingsplannen gaan maken vanaf de start van het leerlingenvervoer. In deze persoonlijke vervoersontwikkelingsplannen wordt in ieder geval de goedkoopst passende voorziening beschreven

  • 2.

    Er geldt geen minimale leeftijd voor een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan

  • 3.

    Het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan wordt gemaakt in een vervoersontwikkelingsgesprek

  • 4.

    Het college kan de school vragen om mee te werken aan het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan

  • 5.

    Om te komen tot de goedkoopst passende voorziening wordt in het vervoersontwikkelingsgesprek gewerkt volgens het STOMPT-principe. Dit houdt in dat bij de intake in chronologische volgorde de volgende voorzieningen worden doorlopen:

    • a.

      Fietsvergoeding (met begeleiding)

    • b.

      Openbaar vervoer (met begeleiding)

    • c.

      Mobiliteitsdiensten

    • d.

      Kilometervergoeding voor de eigen auto

    • e.

      Aangepast vervoer

  • 6.

    Onder lid 5 sub c, bedoelt het college de GO-OV-app, deelmobiliteit, samen rijden met andere ouders of andere nog te ontwikkelen diensten.

  • 7.

    Als richtlijn hanteren we het overzicht dat is toegevoegd als bijlage aan deze beleidsregels

  • 8.

    Een combinatie van bovenstaande vergoedingen is mogelijk.

  • 9.

    Het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan wordt in samenwerking met ouders en/of de leerling gemaakt.

 

Artikel 3. Solovervoer

  • 1.

    Er is alleen een voorziening solovervoer als is voldaan aan de volgende punten:

    • a.

      Er is een medische of psychische noodzaak. Om medische en/of psychische redenen is het niet mogelijk om gecombineerd met andere leerlingen vervoerd te worden; en

    • b.

      Het is niet mogelijk of het is geen oplossing om een begeleider mee te laten gaan in het gecombineerde aangepast vervoer; en

    • c.

      de leerling wordt het meest van de dag ook individueel begeleid.

  • 2.

    Voordat het college een voorziening solovervoer verstrekt wordt altijd onafhankelijk sociaal-medisch onderzoek gedaan.

 

Artikel 4. Meerjarige beschikking

  • 1.

    Op grond van de verordening artikel 7, lid 1 is het mogelijk om meerjarige beschikkingen af te geven. In het kader van vermindering van de regeldruk en vanuit het oogpunt van lastenverlichting voor de inwoner is het wenselijk om, indien mogelijk, voor een langere periode dan 1 schooljaar de vervoersvoorziening toe te kennen.

  • 2.

    In ieder geval kan in de volgende gevallen een meerjarenbeschikking worden afgegeven:

    • a.

      Voor leerlingen die tot en met hun negende jaar met aangepast vervoer vervoerd worden. Na afloop van deze periode wordt, op basis van een persoonlijk vervoersontwikkelingsplan, door de gemeente bepaald of er wederom een meerjarenbeschikking wordt afgegeven.

    • b.

      Voor leerlingen waarvan te verwachten is dat er geen verandering zal optreden in de lichamelijke of geestelijke toestand van de leerling en deze dus aan de geldende criteria blijft voldoen.

    • c.

      Voor leerlingen die aangepast vervoer beschikt hebben gekregen op basis van het criterium dat de leerling met gebruikmaking van het openbaar vervoer naar school of terug, meer dan een anderhalf uur onderweg is of de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar kan worden teruggebracht, en waarvan de verwachting is dat dit niet zal wijzigen door aanpassingen van het openbaar vervoer.

  • 3.

    Een meerjarenbeschikking eindigt voor een leerling die naar een SBO/SO gaat in ieder geval eind groep 8.

  • 4.

    In de gevallen dat een meerjarenbeschikking wordt afgegeven, kan de gemeente een heronderzoek uitvoeren naar de afgegeven meerjarenbeschikkingen.

  • 5.

    Een meerjarenbeschikking kan onderdeel zijn van het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan

  • 6.

    In de beschikking wordt de verplichting opgenomen, dat de ouders gehouden zijn wijzigingen die van invloed zijn op de toegekende vervoersvoorziening onverwijld schriftelijk bij de gemeente te melden. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.

 

Hoofdstuk 3: TOELICHTING OP BEOORDELINGSCRITERIA, ARTIKEL 8-23 VAN DE VERORDENING

Artikel 5 Begeleiding van de leerling

  • 1.

    In artikel 8.3 van de verordening staat dat het niet meer de verantwoordelijkheid van ouders of anderen uit het netwerk is om de leerlingen te begeleiden in het vervoer als voldoende is aangetoond dat dit onmogelijk is of tot ernstige benadeling van het gezin leidt. Het college beoordeelt dit.

  • 2.

    Het college ziet ernstige benadeling van het gezin als de ouder of het netwerkt niet in staat is om de leerling naar de specifieke schoollocatie te begeleiden als:

    • a.

      met de begeleiding meer dan drie uur per dag gemoeid is; of

    • b.

      in het gezin meerdere kinderen naar verschillende schoollocaties gaan die niet in staat zijn zelfstandig naar school te reizen en géén beroep kan worden gedaan op een ander om de begeleiding van de verschillende kinderen op zich te nemen. Van kinderen die niet zelfstandig naar school kunnen reizen is in ieder geval sprake als:

      • i.

        zij door een handicap niet of niet zonder begeleiding van het openbaar vervoer gebruik kunnen maken, of

      • ii.

        zij tussen de 4 en 10 jaar oud zijn; of

    • c.

      er een medische reden (bij de ouder) is; of

    • d.

      de ouder een arbeidsovereenkomst heeft welke in redelijkheid geen mogelijkheid biedt om in de werktijden rekening te houden met de schooltijden van de leerling. Het college kan hiervoor een werkverklaring opvragen. Waar nodig kan het college hierin ondersteunen door het aanleveren van een in te vullen formulier.

 

Artikel 6 Afstand

  • 1.

    De afstand, zoals bedoelt in artikel 9 van de verordening, wordt gemeten langs de kortste voor de leerling volgens de Routeplanner van de ANWB. Er wordt gekozen voor de kortste route met de fiets.

  • 2.

    Ter verduidelijking geeft het college aan dat het voortgezet speciaal onderwijs valt onder de Wet op Expertisecentra. Leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs kunnen dus wel, als wordt voldaan aan de voorwaarden in de verordening, een vervoersvoorziening krijgen.

 

Artikel 7 Afwijkende schooltijden bij structurele handicap

  • 1.

    In aanvulling op artikel 13.3 van de verordening streeft het college ernaar om in overleg met de school en de ouders het vervoer in de ochtend of in de middag te laten plaatsvinden gezamenlijk met het reguliere leerlingenvervoer.

  • 2.

    Het college vervoert zoveel mogelijk de leerlingen met afwijkende schooltijden van één of meerdere scholen gezamenlijk.

  • 3.

    Er is sprake van een structurele handicap als de leerlingen minimaal 3 maanden een handicap heeft of de verwachting is dat de handicap minimaal drie maanden duurt.

 

Artikel 8 Vervoer naar een stageplek

  • 1.

    Een verzoek om vervoer naar een stageplek, zoals beschreven in artikel 16 van de verordening, gaat vergezeld van een stageovereenkomst en een stageplan. Voor het VSO is dit opgenomen in het Onderwijskundig Besluit WEC.

  • 2.

    Naar analogie van de ‘dichtstbijzijnde toegankelijke school’ hanteert het college het begrip ‘dichtstbijzijnde toegankelijke stage’. Het college gaat ervan uit dat scholen dit aspect mee laten wegen in de plaatsing van leerlingen en dat zij stageplekken zoveel mogelijk zoeken in de buurt van het woonadres van de leerling. Als dit niet lukt of mogelijk is, dan vindt er vooraf overleg plaats tussen de school en de gemeente.

  • 3.

    Het gehanteerde uitgangspunt houdt in dat het college alleen vervoer naar een stageplek buiten de gemeente bekostigt, als de school toereikend motiveert waarom in het betreffende geval een stage binnen de gemeente niet voldoet en een stage buiten de gemeente een duidelijke meerwaarde heeft voor de leerling. De motivering is specifiek op de betreffende leerling geschreven.

  • 4.

    Om het plannen van stageritten beter mogelijk te maken, vindt aangepast vervoer naar en van een stageadres op schooldagen plaats op vaste uren in de ochtend (tussen 07:00 uur en 09:00 uur) en de middag (tussen 15:00 uur en 18:00 uur) of aansluitend aan de schooltijden zoals die in de schoolgids zijn opgenomen, met een marge van plus of min 30 minuten. Als deze tijdsblokken niet van toepassing zijn, omdat er sprake is van afwijkende begin- en eindtijden, dan wordt uitgegaan van het eerste en laatste lesuur.

  • 5.

    Stages die buiten de normale werkdag vallen (tussen 7:00 – 18:00 uur) kunnen niet gereden worden met het aangepast vervoer. Een kilometervergoeding is wel mogelijk.

  • 6.

    Aangepast vervoer naar stageadressen vindt niet plaats tijdens het weekend en gedurende schoolvakanties. Op het moment dat een school een studie(mid)dag heeft en de stage doorgang vindt, biedt het college vervoer naar het stageadres.

 

Artikel 9 Structurele verblijfplaats

  • 1.

    Een structurele verblijfplaats, zoals beschreven in artikel 17 sub c, is voor het college een plaats waar de leerling één of meerdere nachten per week of maand verblijft.

  • 2.

    Er moet een vast patroon in het verblijf van de leerling zitten. Hiermee bedoelt het college vaste dagen in de week / maand.

  • 3.

    Het vaste patroon moet minimaal een half jaar gelden.

 

Artikel 10 Informatie over de vervoerstraining

  • 1.

    Het college ziet het als taak van de ouder om de leerling te leren reizen tenzij dit onmogelijk is of het leidt tot ernstige benadeling van het gezin. Wanneer dit het geval is staat beschreven in artikel 5 van deze beleidsregels.

  • 2.

    Leerlingen vanaf 9 jaar kunnen in aanmerking komen voor een vervoerstraining zoals beschreven in artikel 18 van de verordening.

  • 3.

    Een vervoerstraining kan zich richten op het leren reizen met het openbaar vervoer of leren fietsen over de te fietsen route van huis naar school en terug.

  • 4.

    Het uitgangspunt is dat leerlingen die kunnen leren reizen met de fiets of het openbaar vervoer, maar dat nu nog niet kunnen, een vervoerstraining aan wordt geboden.

  • 5.

    Voorbeelden van een vervoerstraining zijn het reizen met de GO-OV app van de Reiskoffer en OV in de klas via Arriva.

  • 6.

    De vervoerstraining wordt altijd opgenomen in het persoonlijk vervoersontwikkelingsplan van de leerling. Hierin wordt ook opgenomen wat de verwachte duur van de vervoerstraining is.

 

Artikel 11 Eigen vervoer per fiets

  • 1.

    Bij het vervoersontwikkelingsgesprek wordt getoetst of de leerling in staat is om zelfstandig of onder begeleiding met de fiets de school te bezoeken:

    • a.

      van kinderen vanaf 10 jaar verwachten wij dat zij oplopend tot en met groep 8 al dan niet onder begeleiding 10 kilometer kunnen fietsen. Dit wordt gezien als voorbereiding op het voortgezet (speciaal) onderwijs;

    • b.

      voor leerlingen van het voortgezet speciaal onderwijs wordt een tegemoetkoming in de kosten van het vervoer per fiets verstrekt. Pas als dit niet mogelijk is, komen zij in aanmerking voor een andere tegemoetkoming in de kosten van het vervoer.

    • c.

      In de tabel in de bijlage van deze beleidsregels zijn de uitgangspunten voor de beoordeling beschreven.

  • 2.

    Bij de beoordeling wordt in overweging genomen: de handicap en de leeftijd van de leerling, de veiligheid van de route en de afstand van de route.

  • 3.

    Het college gaat er van uit dat kinderen tot tien jaar sowieso begeleiding nodig hebben bij het fietsen.

  • 4.

    Het college kan bij de beoordeling de school waar de leerling naartoe gaat betrekken.

  • 5.

    Komen de school, het college en ouders er samen niet uit, dan kan de gemeente het noodzakelijk achten om een medisch advies aan te vragen. Dit medisch advies wordt aangevraagd bij een onafhankelijk deskundige.

 

Artikel 12 Vergoeding eigen vervoer per fiets

  • 1.

    Als er recht is op bekostiging van het vervoer per fiets, dan is dit een vergoeding van de helft van de, naar beneden afgeronde, belastingvrije kilometervergoeding voor het gebruik van de auto.

  • 2.

    De afstand wordt gemeten met de routeplanner van de ANWB, kortste route voor het vervoersmiddel fiets.

  • 3.

    Er wordt uitgegaan van 200 schooldagen per jaar voor de berekening van de hoogte van de vergoeding.

  • 4.

    Als er een begeleider mee moet fietsen, dan krijgt deze persoon dezelfde vergoeding als beschreven in lid 1 van dit artikel.

  • 5.

    Er worden voor de leerling maximaal twee enkele reizen per dag vergoed. Aan het begin en aan het einde van de schooldag.

  • 6.

    Er worden voor de begeleider maximaal 2 retourreizen per dag vergoed. Aan het begin en aan het einde van de schooldag.

 

Artikel 13 Reizen met het openbaar vervoer

  • 1.

    Bij het vervoersontwikkelingsgesprek wordt getoetst of de leerling in staat is om zelfstandig of onder begeleiding met het openbaar vervoer te reizen.

  • 2.

    Bij de beoordeling wordt in overweging genomen: de handicap en leeftijd van de leerling, de veiligheid van de route, de duur van de route en de afstand tot het dichtstbijzijnde passende openbaar vervoer.

  • 3.

    Het college gaat er van uit dat kinderen tot tien jaar sowieso begeleiding nodig hebben in het openbaar vervoer.

  • 4.

    Als de leerling is aangewezen op vervoer per voet naar een opstappunt in het openbaar vervoer vindt het college een afstand van maximaal 1,5 kilometer enkele reis redelijk.

  • 5.

    Het college vindt het redelijk als in een reis maximaal 2 keer overgestapt moet worden binnen het openbaar vervoer.

  • 6.

    De duur van een enkele reis met het openbaar vervoer, zoals beschreven in artikel 21 onder sub a en b van de verordening en onder artikel 5, lid 1 sub a van de beleidsregels, wordt als volgt berekend:

    • a.

      De tijd start bij het vertrek van huis

    • b.

      De volledige reistijd wordt meegerekend inclusief wachttijd bij overstappen.

    • c.

      De reis stopt bij aankomst van school. In de berekening van de tijd wordt de maximale wachttijd van 15 minuten op school niet meegerekend. Dit is ook de tijd die een leerling maximaal eerder aan kan komen op school met het aangepast vervoer. Als bijvoorbeeld de school om 8.30 uur begint, dan is de maximale wachttijd vanaf 8.15 uur. Deze wachttijd wordt niet meegerekend in de berekening van de reistijd.

  • 7.

    Het college kan bij de beoordeling de school waar de leerling naartoe gaat betrekken.

  • 8.

    Komen de school, het college en ouders er samen niet uit, dan kan de gemeente besluiten om een medisch advies aan te vragen. Dit advies wordt gevraagd aan een onafhankelijk deskundige

 

Artikel 14 Vergoeding reizen met het openbaar vervoer

  • 1.

    Als recht is op een bekostiging van reizen met het openbaar vervoer wordt volledige bekostiging van het goedkoopst passende openbaar vervoer abonnement aangeboden.

  • 2.

    Als een leerling met de fiets naar de opstapplek voor het OV reist, dan krijgt deze alleen een fietsvergoeding als de afstand 6 kilometer of meer is per enkele reis.

  • 3.

    Als toevoeging op de reiskosten kunnen de kosten van een vervoerstraining als beschreven in artikel 18 van de verordening worden aangeboden door het college. Een veelvoorkomende vervoerstraining die ingezet kan worden is de Go-OV app. Deze app begeleidt de leerling in het openbaar vervoer en heeft altijd de mogelijkheid om hulp in te schakelen. Leerlingen kunnen, als dit wordt ingezet als vervoerstraining, kosteloos gebruik maken van de app. De app werkt alleen op een smartphone met een Android besturingssysteem. Ouders/verzorgers zijn zelf verantwoordelijk voor de aanschaf van een telefoon.

  • 4.

    Wat het meest passende abonnement voor openbaar vervoer is wordt besproken met het college. Hierin wordt rekening gehouden met de kosten van het abonnement.

  • 5.

    Het college verstrekt het abonnement via een Voor Elkaar Pas. Tenzij de Voor Elkaar Pas niet passend of toereikend is.

  • 6.

    Als er een begeleider noodzakelijk is, dan worden ook voor de begeleider de vervoerskosten voor het openbaar vervoer vergoed. Voor hen geldt het meest goedkope abonnement.

  • 7.

    De begeleider krijgt alleen de reiskosten vergoed die noodzakelijk zijn voor het vervoer van het kind van de woning naar school en van de school naar de woning.

 

Artikel 15 Reizen met de eigen auto

  • 1.

    In artikel 22 van de verordening staat dat ouders gevraagd kunnen worden of zij de leerling (deels) met de eigen auto willen vervoeren. Ouders krijgen hiervoor een kilometervergoeding.

  • 2.

    Een kilometervergoeding kan alleen verstrekt worden als het voor de gemeente goedkoper is dan een andere vervoersvoorziening.

  • 3.

    Als fietsen en het openbaar vervoer, al dan niet met begeleiding, niet mogelijk zijn dan kunnen ouders/verzorgers in aanmerking komen voor een vergoeding als zij hun kind(eren) zelf vervoeren.

 

Artikel 16 Vergoeding vervoer met eigen auto

  • 1.

    Voor het eigen vervoer wordt bij de autovergoeding uitgegaan van de maximaal belastingvrije toegestane autovergoeding.

  • 2.

    Er worden maximaal twee retour reizen per dag vergoed: aan het begin en aan het einde van de schooldag. Geen bekostiging wordt verstrekt voor de kosten die ontstaan indien de leerling ook tussen de middag wordt vervoerd.

  • 3.

    Er wordt uitgegaan van 200 schooldagen per schooljaar voor de berekening van de hoogte van de vergoeding.

  • 4.

    Indien ouders twee of meer leerlingen vervoeren die aangepast vervoer behoeven, wordt uitgegaan van de kortst te rijden afstand uitgaande van de woning, via adressen van de te vervoeren extra leerlingen naar school en terug.

 

Artikel 17 Ophaal- en brengplaats aangepast vervoer

  • 1.

    Bij aangepast vervoer haalt de vervoerder de leerlingen bij de woning op. Bij de woning ophalen betekent dat de chauffeur de leerling ophaalt bij de woning en dat de ouder de leerling naar en van het vervoer begeleidt.

  • 2.

    De chauffeur moet de leerling bij de terugrit aan de ouder of aan iemand anders die namens de ouder aanwezig is op het vaste brengadres overdragen. De chauffeur mag het kind nooit alleen op de stoep achterlaten, tenzij er een schriftelijke verklaring van de ouder is waarin dit is toegestaan.

 

Artikel 18 Begeleiding leerling in het aangepast vervoer

  • 1.

    Het is mogelijk dat een leerling begeleiding nodig heeft tijdens het aangepast vervoer. In dat geval wordt de begeleiding door of namens de ouder verzorgd. Het college bepaalt of begeleiding ingezet mag worden.

  • 2.

    Het college is niet verantwoordelijk voor begeleiding in het aangepast vervoer. Wel wordt waar nodig een zitplaats ter beschikking gesteld voor de begeleiding.

  • 3.

    Voor de begeleiding in het aangepast vervoer geldt dat het ophaal/brengadres gelijk is aan het adres van de te begeleiden leerling. Voor de ritten van de begeleider terug naar de woning of naar school zonder de leerling ontvangt de begeleider een vergoeding voor de reiskosten op basis van het openbaar vervoer.

 

Artikel 19 Zelfredzaamheidtrajecten

  • 1.

    Aan leerlingen die recht hebben op aangepast vervoer kan het college een vervoerstraining, zoals beschreven in artikel 18 van de verordening, aanbieden.

  • 2.

    Het college kan besluiten het recht op aangepast leerlingenvervoer en de inzet van een vervoerstraining voort te zetten gedurende de periode dat een leerling recht heeft op leerlingenvervoer.

 

Artikel 20 Mogelijkheden tot aangepast vervoer

  • 1.

    Ouders zijn verantwoordelijk voor het gedrag van de minderjarige leerling gedurende het verblijf van de leerling in het aangepast vervoer.

  • 2.

    Uitgangspunt van het aangepast vervoer is dat de leerling veilig te vervoeren moet zijn en daartoe in staat is.

  • 3.

    Het college verstrekt een voorziening in de vorm van aangepast vervoer indien de leerling de veiligheid van medeleerlingen en chauffeur in het aangepast vervoer niet in gevaar brengt.

  • 4.

    Bij onaanvaardbaar gedrag kan het college maatregelen opleggen. Doel van de maatregelen is ouders en leerlingen te wijzen op hun verantwoordelijkheid om gedragsproblemen op te lossen. De ondernomen acties worden in het dossier van de betreffende leerling vastgelegd.

  • 5.

    Onaanvaardbaar gedrag betreft gedrag van zowel een leerling of een ouder.

 

Artikel 21 Onaanvaardbaar gedrag: Categorieën

  • 1.

    Bij het aangepast vervoer moet de leerling zich houden aan de regels van de vervoerder. Als dit niet wordt gedaan ziet het college dit als onaanvaardbaar gedrag.

  • 2.

    Naar het oordeel van het college is in ieder geval sprake van onaanvaardbaar gedrag als een leerling of ouder:

    • a.

      een bedreigende, hinderlijke of gevaarlijke situatie veroorzaakt, of;

    • b.

      (seksueel) grensoverschrijdend gedrag vertoont.

  • 3.1

    Het college hanteert drie categorieën van onaanvaardbaar gedrag, afhankelijk van de ernst en herhaling van de gedragingen. Deze indeling helpt bij het bepalen van passende maatregelen.

  • 3.2

    lichte misdragingen. Hiervan is in ieder geval sprake als de leerling zich niet houdt aan de regels van de vervoerder, zoals:

    • a.

      niet rustig in het voertuig stappen;

    • b.

      niet luisteren naar de aanwijzingen van de chauffeur;

    • c.

      ongepast gedrag vertonen;

    • d.

      ongepast taalgebruik hanteren;

    • e.

      levensmiddelen in het voertuig gebruiken;

    • f.

      (geluids-)overlast veroorzaken; en/of

    • g.

      de gordel niet omdoen.

  • 3.3

    ernstige misdragingen. Hiervan is in ieder geval sprake als de leerling:

    • a.

      dreigt met fysiek geweld tegen de chauffeur of medeleerlingen of anderen die gelijktijdig worden vervoerd;

    • b.

      dreigt met fysiek geweld tegen goederen, waarvoor geldt dat er bij de uitvoering van het dreigement gevaar voor personen ontstaat, of;

    • c.

      de gedragingen genoemd onder a blijft herhalen.

  • 3.4

    zeer ernstige misdragingen. Hiervan is in ieder geval sprake als de leerling:

    • a.

      fysiek geweld toepast tegen personen of goederen waarbij letsel wordt toegebracht aan personen of schade aan goederen ontstaat;

    • b.

      fysiek geweld toepast tegen personen of goederen met de intentie om letsel toe te brengen aan personen of schade aan goederen te veroorzaken, zonder dat dit letsel of die schade daadwerkelijk wordt toegebracht of veroorzaakt;

    • c.

      dreigt met fysiek geweld met de kennelijke bedoeling dat de chauffeur of andere personen in het aangepast vervoer iets doet of nalaat, waarbij de dreiging net zo lang wordt voortgezet totdat dat doel is bereikt of totdat dat doel niet meer te bereiken is;

    • d.

      ernstig seksueel overschrijdend gedrag vertoont naar de chauffeur of andere personen in of bij het aangepast vervoer, of;

    • e.

      de gedragingen genoemd onder b blijft herhalen.

 

Artikel 22 Onaanvaardbaar gedrag: maatregelen

  • 1.

    Het college hanteert per categorie onaanvaardbaar gedrag zoals beschreven in artikel 21 derde lid van deze beleidsregels, een stappenplan met maatregelen passend bij de ernst van de misdraging. Bij het nemen van maatregelen wordt altijd rekening gehouden met de individuele omstandigheden van de leerling. Ouders kunnen een overleg aanvragen en bezwaar maken tegen besluiten.

  • 2.

    Stappenplan bij lichte misdragingen:

    • a.

      In beginsel vindt eerst een gesprek plaats tussen de ouder(s) en de vervoerder met als doel het gedrag van de leerling te verbeteren. Zo nodig betrekt één van de partijen de gemeente of school bij het zoeken naar een oplossing;

    • b.

      Als het gedrag na het gesprek niet verbetert volgt een schriftelijke waarschuwing namens het college.

    • c.

      Als het gedrag na de schriftelijke waarschuwing niet verbetert, wordt het stappenplan bij ernstige misdragingen toegepast.

  • 3.

    Stappenplan bij ernstige misdragingen:

    • a.

      het aangepast vervoer wordt tijdelijk opgeschort. De ouder(s) ontvangen hierover een brief. De duur van de opschorting is afhankelijk van de ernst van de gedraging. De opschorting kan niet langer duren dan acht (8) weken. Gedurende de opschorting is de leerling wel verplicht naar school te gaan. Tijdens de opschorting overleggen ouder(s) en gemeente om te komen tot een structurele oplossing na de opschorting;

    • b.

      als het gedrag na de tijdelijke opschorting niet verbetert, wordt het stappenplan bij zeer ernstige misdragingen toegepast.

  • 4.

    Stappenplan bij zeer ernstige misdragingen:

    • a.

      het aangepast vervoer wordt opgeschort voor de rest van het betreffende schooljaar. De ouder(s) ontvangen hierover een brief vanuit het college;

    • b.

      herhaalt het gedrag zich in het daaropvolgende schooljaar dan wordt het aangepast vervoer definitief beëindigd. Leerlingenvervoer is dan alleen mogelijk in de vorm van een vergoeding voor eigen of openbaar vervoer.

  • 5.

    Als sprake is van meerdere misdragingen geldt in beginsel de maatregel uit het stappenplan dat hoort bij de meest ernstige misdraging.

  • 6.

    Het college kan evaluatiemomenten inplannen om de genomen maatregelen te bespreken en heroverwegen.

 

Artikel 23 Elektrische fiets

  • 1.

    Het college kan op basis van artikel 23 van de verordening een vergoeding voor de aanschaf van een elektrische fiets ter beschikking stellen als de leerling fietsveilig gebruik kan maken van een elektrische fiets.

  • 2.

    Het college gaat er van uit dat kinderen tot en met negen jaar niet fietsveilig genoeg kunnen zijn.

  • 3.

    Bij toekenning van een elektrische fiets vervalt het recht op andere vormen van leerlingenvervoer.

  • 4.

    In 2026 is de maximale vergoeding voor de aanschaf van een elektrische fiets 1750 euro.

  • 5.

    De ouder is zelf verantwoordelijk voor:

    • a.

      de verzekering;

    • b.

      Onderhoud en reparatie; en

    • c.

      schade en diefstal.

  • 6.

    De vergoeding kan alleen in worden gezet als de leerling nog minimaal 1 jaar gebruik moet maken van het leerlingenvervoer.

  • 7.

    Als een vergoeding onder lid 1 is vertrekt kan de leerlingen de eerste drie jaar geen aanspraak maken op een andere vervoersvoorziening.

  • 8.

    De leerling krijgt maximaal eens per 3 jaar een vergoeding voor de aanschaf van een elektrische fiets.

 

Hoofdstuk 4 TOELICHTING OP BIJDRAGE IN DE KOSTEN, ARTIKEL 24 EN 25 VAN DE VERORDENING

Artikel 24 Berekening van het verzamelinkomen

  • 1.

    Voor de berekening van het verzamelinkomen voor het drempelbedrag en de draagkrachtafhankelijke bijdrage, genoemd in de artikelen 24 en 25 van de verordening, kijkt het college naar het verzamelinkomen van de ouder op het adres waar het kind in staat geschreven in de Basisregistratie Personen.

  • 2.

    Indien het kind volgens de Basisregistratie Personen ingeschreven staat in een andere gemeente dan Hardenberg kijkt het college naar het verzamelinkomen van de ouder die in de gemeente Hardenberg woont.

  • 3.

    Het college verduidelijkt dat onder lid 1 van dit artikel staat, dat wanneer het gescheiden ouders betreft, alleen wordt gekeken naar het inkomen van de ouder op het adres waar de leerling verblijft volgens de basisregistratie personen.

 

Artikel 25 Hoogte van de bedragen

Voor de hoogte van de genoemde bedragen in artikel 24 en 25 van de verordening kijken wij naar het advies van de VNG. Zij publiceren ieder jaar in februari de vastgestelde bedragen. Voor de uitleg verwijst het college naar de website van de VNG.

 

Hoofdstuk 5 TOELICHTING OP RECHTMATIGHEID, ARTIKEL 26 EN 31 VAN DE VERORDENING

Artikel 26 Doorgeven van wijzigingen

  • 1.

    Alleen ouders/verzorgers van de leerling mogen een nieuwe aanvraag doen of wijziging doorgeven. Wil iemand anders dit namens ouders voor de leerling doen, dan moet per schooljaar en per kind een machtigingsformulier ingevuld worden.

  • 2.

    Wanneer een ouder vaststelt dat een leerling als gevolg van ziekte of vanwege andere oorzaken niet vervoerd hoeft te worden, moet de ouder dat melden bij de vervoerder. Betermelding (na ziekte) moet op dezelfde manier worden doorgegeven. Zonder tijdige betermelding is er geen vervoer beschikbaar. Een afmelding geldt tot tegenbericht van de ouder.

  • 3.

    Ouders dienen wijzigingen die van belang zijn voor het leerlingenvervoer door te geven zoals beschreven in artikel 26 van de verordening. Ouders moeten in ieder geval de volgende wijzigingen doorgeven:

    • a.

      wijziging van de reistijd, in verband met verandering in bijvoorbeeld het openbaar vervoer;

    • b.

      wijziging in het woonadres van de leerling, bijvoorbeeld door verhuizing;

    • c.

      wijziging in de gezinssituatie of gezinssamenstelling, die invloed heeft op het al dan niet kunnen begeleiden van leerlingen;

    • d.

      Structurele wijziging van het adres van de school;

    • e.

      Structurele wijziging van de schooltijden van de school conform schoolgids;

    • f.

      toekenning van bekostiging voor het reizen van en naar school anders dan op basis van de verordening.

  • 4.

    Het college heeft maximaal 20 werkdagen de tijd om wijzigingen te verwerken en door te voeren. Deze tijd is nodig om de aanvraag administratief te verwerken en de vervoerder heeft tijd nodig om de rit in te plannen.

 

Artikel 27 Weigering of nalatigheid van betaling

Wanneer een verschuldigd bedrag wat voorkomt uit de verordening, artikelen 24 en 25, niet wordt betaald is dit de werkwijze vanuit het college:

  • a.

    Ouders/verzorgers krijgen na 1 maand eerst een herinnering van betaling.

  • b.

    Na 2 maanden krijgen ouders/verzorgers een tweede en laatste herinnering

  • c.

    Als na 3 maanden niet wordt betaald, dan wordt het vervoer stopgezet.

Hoofdstuk 6 TOELICHTING OP SLOTBEPALINGEN, ARTIKEL 26 EN 31 VAN DE VERORDENING

Artikel 28 Afwijken van bepalingen en gevallen waarin de regeling niet voorziet

In artikel 28 van de verordening staat informatie over beslissingen waarin deze verordening niet voorziet. In het leerlingenvervoer zal zich vast aantal concrete gevallen voordoen, waarin de verordening niet voorziet. Te denken valt onder andere aan:

  • -

    varianten van het combinatievervoer;

  • -

    gemeenschappelijke afspraken met andere gemeenten;

  • -

    varianten in het gebruik van eigen vervoer.

 

In de hardheidsclausule, artikel 28 van de verordening, is bepaald dat het college in bijzondere gevallen voor het vervoer naar het onderwijs ten gunste van de ouders kan afwijken van de bepalingen in de verordening. Een voorbeeld hiervan is:

  • -

    Als sprake is van groepsvervoer, georganiseerd door de ouders, en het college een daarop geënte bekostiging wil betalen;

Hoofdstuk 7 SLOTBEPALINGEN BELEIDSREGELS

Artikel 29 Inwerkingtreding

Deze beleidsregels treden in werking op de dag volgend op die van bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2026.

Artikel 30 Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel leerlingenvervoer gemeente Hardenberg 2026

 

Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg in haar vergadering van 2 februari 2026.

Het college voornoemd,

secretaris, burgemeester,

B.M. de Vries M.W. Offinga

Bijlage: Overzicht richtlijnen passend vervoer (artikel 2.7)

 

BO 4 – 10 jaar

BO > 10 jaar

SBO 4 – 10 jaar

SBO > 10 jaar

SO 4-10 jaar

SO >10 jaar

VSO

6 – 10 km

Onder begeleiding

Fietsvergoeding (alternatief openbaar vervoer (OV).

Zelfstandig

Fietsvergoeding (alternatief OV)

Onder begeleiding

Fietsvergoeding (alternatief OV/ vergoeding auto of aangepast vervoer (AV)

Zelfstandig

Fietsvergoeding (alternatief OV, vergoeding auto of AV)

Onder begeleiding

Vergoeding auto (alternatief (AV)

Onder begeleiding

Vergoeding fiets (alternatief, vergoeding auto of AV)

Zelfstandig

Fietsvergoeding (alternatief OV/ vergoeding auto of AV)

10 – 15 km

Onder begeleiding

Fietsvergoeding (alternatief OV/AV)

Zelfstandig

Fietsvergoeding (alternatief OV) (alternatief (in winter) vergoeding auto of AV)

Onder begeleiding

OV (alternatief vergoeding auto of AV)

Zelfstandig

Fiets-vergoeding (in winter vergoeding auto of AV) (alternatief OV, vergoeding auto of AV)

Onder begeleiding

Vergoeding auto (alternatief OV of AV)

Zelfstandig

Fiets-vergoeding (in winter vergoeding auto of AV) (alternatief OV, vergoeding auto of AV

Zelfstandig

Fietsvergoeding (alternatief OV/ vergoeding auto of AV)

> 15 km

Onder begeleiding

OV (alternatief: vergoeding auto of AV)

Zelfstandig

Fietsvergoeding/OV (alternatief: vergoeding auto of AV)

Onder begeleiding

OV (alternatief: vergoeding auto of AV)

Zelfstandig

Fietsvergoeding (alternatief OV/ vergoeding auto of AV)

Onder begeleiding

vergoeding auto (alternatief OV / AV)

Zelfstandig

Fietsvergoeding (alternatief OV/ vergoeding auto of AV)

Zelfstandig

Fietsvergoeding (alternatief OV/ vergoeding auto of AV)