Damoclesbeleid gemeente Hardenberg 2026
Damoclesbeleid gemeente Hardenberg 2026
Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet, inclusief het coffeeshopbeleid, gemeente Hardenberg 2026
De burgemeester van de gemeente Hardenberg,
- •
- •
- •
Gelet op artikel 13b Opiumwet:
Besluit vast te stellen: de ‘Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet, inclusief het coffeeshopbeleid, gemeente Hardenberg 2026’. Deze beleidsregel wordt aangehaald als ‘Damoclesbeleid gemeente Hardenberg 2026’.
Gemeenten worden regelmatig geconfronteerd met illegale (verkoop)locaties of productieplaatsen van verdovende middelen. Artikel 13b Opiumwet (hierna: art. 13b Ow), ook wel aangehaald als de Wet Damocles, biedt burgemeesters de bevoegdheid om een woning of lokaal te sluiten indien hier een middel als bedoeld in lijst I, lijst IA of lijst II van de Opiumwet wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is of indien deze handelingen worden voorbereid met het gebruik van daartoe geschikte voorwerpen en middelen.Het doel van de Wet Damocles is de preventie en beheersing van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid en het voorkomen van nadelige effecten van de handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en het woon- en leefklimaat. Dit beleid heeft tot doel:
- •
- •
- •
Hierop aansluitend is het doel van de sluitingsmaatregel om:
- •
- •
- •
- •
De maatregel is niet bedoeld als straf, maar is gericht op herstel van de situatie en de openbare orde. De maatregel ziet dan ook niet op een persoon, maar op een pand of perceel in kwestie.
In het juridisch kader (hoofdstuk 1) wordt artikel 13b Opiumwet weergegeven (1.1) en wordt in gegaan op de discretionaire bevoegdheid (1.2). Na een korte uitleg over het evenredigheidsbeginsel in relatie tot de wet Damocles (1.3), de afwijkingsbevoegdheid (1.4) en de complementaire werking van het bestuursrecht en strafrecht (1.5), worden de algemene uitgangspunten van het Damoclesbeleid weergegeven (1.6).
In hoofdstuk 2 wordt de lokale situatie rondom drugscriminaliteit geschetst, waarbij er wordt ingegaan op de regelgeving rondom coffeeshops (2.1) en het maximumstelsel (2.2).
Hoofdstuk 3 gaat over de handhaving van het Damoclesbeleid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen reguliere en ernstige gevallen (3.1). De procedure wordt beschreven (3.2). Tot slot wordt afgesloten met de handhavingsmatrices, op basis waarvan de burgemeester op getrapte wijze zijn bevoegdheden kan toepassen op grond van de Opiumwet, dan wel maatregelen kan nemen wanneer de voorwaarden die gelden voor de coffeeshop niet nageleefd worden (3.3).
Voor de bestuurlijke handhaving van de verboden in de zin van artikel 2 (verbod op aanwezigheid van harddrugs, lijst I), artikel 2a (verbod op de aanwezigheid van designerdrugs, lijst IA) en artikel 3 (verbod op aanwezigheid van softdrugs, lijst II) van de Opiumwet is in die wet het artikel 13b opgenomen.
Artikel 13b Opiumwet, ook wel aangehaald als de wet Damocles, biedt burgemeesters de mogelijkheid bestuursdwang toe te passen en woningen of voor het publiek toegankelijke lokalen te sluiten wanneer daar sprake is van drugshandel. De wettekst luidt:
Waar in dit beleid wordt gesproken over (drugs)handel wordt ook gedoeld op het daartoe aanwezig hebben van verdovende middelen, drugslaboratoria, hennepplantages, -knipperijen en –drogerijen of voorbereidingshandelingen daartoe.
1.2 Discretionaire bevoegdheid
Het toepassen van bestuursdwang is een discretionaire bevoegdheid, wat inhoudt dat het geen verplichting is van deze bevoegdheid gebruik te maken. Het toepassen van bestuursdwang kan ingrijpende gevolgen hebben voor de betrokkene(n). De bestuursdwangbevoegdheid mag daarom alleen worden toegepast indien:
- •
- •
- •
Het evenredigheidsbeginsel, voorheen beter bekend als de proportionaliteits- en subsidiariteitsbeginselen, betekent dat de bevoegdheid alleen wordt toegepast indien de maatregel en de gevolgen daarvan in verhouding staan met de begane overtreding. Vanuit dit oogpunt is er gekozen voor een getrapt optreden. De burgemeester kan op basis van feiten en omstandigheden in bijzondere gevallen gemotiveerd afwijken van deze beleidslijn. De afwijking kan zowel een lichtere als een zwaardere maatregel betreffen.
In het kader van het evenredigheidsbeginsel zal de burgemeester zich bij het opleggen van een maatregel moeten vergewissen van de gevolgen van de maatregel, daaronder gerekend de (toekomstige) huisvestingssituatie van eventuele bewoners van een pand. Deze gevolgen worden betrokken bij de te maken belangenafweging.
In beginsel wordt er overeenkomstig dit beleid besloten. Er kunnen zich echter situaties voordoen die dermate ernstig of bijzonder zijn dat van dit beleid afgeweken moet worden. In het belang van de doelen zoals in dit beleid beschreven kan in dat geval een zwaardere maatregel worden getroffen.
Daarnaast kunnen zich situaties voordoen waarbij het handelen volgens dit beleid voor een of meer belanghebbenden dermate onevenredige gevolgen hebben, dat de burgemeester van zijn beleid dient af te wijken overeenkomstig art. 4:84 Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). In het belang van de betrokkene(n) kan in dat geval een lichtere maatregel worden getroffen.
1.5 Bestuursrecht en strafrecht
De systematiek van het bestuursrecht is een andere dan die van het strafrecht. Het doel van het bestuursrecht is het wegnemen van de illegale/ongewenste situatie (herstelsanctie), waar het doel van het strafrecht is om de overtreder te straffen (strafsanctie). Het bestuursrecht en strafrecht werken in de handhaving van de Opiumwet complementair aan elkaar. Wanneer er enkel gebruik zou worden gemaakt van het strafrecht, wordt/worden de overtreder(s) vervolgd maar blijft de woning of het lokaal als drugslab, kwekerij of verkooplocatie bestaan, althans de bekendheid daarvan in het criminele milieu. Voortzetting van de activiteiten wordt dan eenvoudig door anderen overgenomen. Het daadwerkelijk opheffen van het drugslab, de kwekerij of de verkooplocatie biedt - naast de strafvervolging van de overtreder(s) – een noodzakelijk preventief en repressief instrument ter bescherming van de openbare orde en bevordering van het algehele woon- en leefklimaat.
- A.
Onderscheid harddrugs en softdrugs
In de aanpak wordt onderscheid gemaakt tussen de aanwezigheid van harddrugs of softdrugs. De activiteiten die gerelateerd zijn aan harddrugs hebben een grotere negatieve invloed op het woon- en leefklimaat. De handel van harddrugs gaat immers naar algemene ervaringsregels gepaard met grotere geldstromen en zwaardere vormen van geweld. Het produceren van harddrugs gaat bovendien vaak gepaard met chemicaliën die een extra groot gevaar vormen voor de omgeving en grotere gevolgen voor het milieu met zich meebrengen. Een langere sluitingstijd is daarom bij de handel in harddrugs noodzakelijk en geboden.
- B.
Handelshoeveelheid drugs en voorbereidingshandelingen
In het Aanwijzingsbesluit Opiumwet wordt onder een geringe hoeveelheid verstaan: een hoeveelheid/dosis die doorgaans wordt aangeboden als gebruikershoeveelheid. In het geval van harddrugs (lijst I) kan worden gedacht aan één bolletje, één ampul, één wikkel, één pil/tablet (in elk geval een aangetroffen hoeveelheid van maximaal 0,5 gram); een consumptie-eenheid van 5 ml GHB. In het geval van softdrugs (lijst II) dient te worden uitgegaan van maximaal 5 hennepplanten of –stekjes; maximaal 5 gram hennep of hasjiesj. Ook voor lijst IA wordt aangesloten bij deze hoeveelheden. Bij hoeveelheden hoger dan de gebruikershoeveelheid kan er doorgaans vanuit worden gegaan dat deze bedoeld is voor handel 1 .
Er wordt gesproken over voorbereidingshandelingen wanneer men voorwerpen of stoffen als bedoeld in art. 10 a, lid 1 onder 3 of art. 11a van de Opiumwet voorhanden heeft. Ofwel, wanneer er voorwerpen of stoffen voorhanden zijn die, vanwege hun aard en hoeveelheid of gezien de onderlinge combinatie, geschikt zijn om drugs te vervaardigen.
- C.
Verwijtbaarheid van betrokken personen
Het toepassen van bestuursdwang is erop gericht de handel in of vanuit een (on)bewoonde woning en daarbij behorend erf of vanuit een lokaal te beëindigden, beëindigd te houden en de openbare orde in de omgeving te herstellen. In beginsel is het voor het bestuursrechtelijk optreden niet van belang of de eigenaar, exploitant/huurder, gebruiker of een derde de overtreding heeft begaan. De feitelijke constatering van overtreding van de Opiumwet is voldoende om over te gaan tot handhavend optreden.
- D.
Onderscheid woningen en lokalen
Handel in drugs vanuit lokalen en (on)bewoonde woningen, dan wel in of daarbij behorende erven, is vanzelfsprekend ontoelaatbaar. Voor bewoonde woningen ligt dit in beginsel niet anders..
Niettemin is het van belang dat er in dit handhavingsbeleid een onderscheid wordt gemaakt tussen onbewoonde woningen enerzijds en bewoonde woningen anderzijds en (al dan niet voor het publiek toegankelijke) lokalen. In de regel zal de sluiting van een bewoonde woning immers grotere gevolgen hebben voor de betrokkene(n) in kwestie. Voor de vraag of een pand als woning of als lokaal moet worden aangemerkt wordt aangesloten bij het feitelijke gebruik ervan. De gegevens uit de BRP leveren een aanwijzing op, maar de bevindingen van de politie zijn hierin leidend..
Indien er geen sprake is van een bewoonde woning, wordt het pand dan wel de ruimte beschouwd als lokaal in de zin van dit beleid. Een onbewoonde woning kan, zeker als deze feitelijk alleen als drugspand wordt gebruikt, als lokaal worden aangemerkt (ook bij schijnbewoning). Ook vallen de voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals winkels en horecabedrijven) en de niet voor publiek toegankelijke lokalen en bijbehorende erven (zoals loodsen, magazijnen, garages en andere bedrijfsruimten) in deze categorie.
Bij schijnbewoning wordt de indruk van bewoning gesimuleerd, bijvoorbeeld door het plaatsen van schaars meubilair in de woonkamer. Dat in de woning wordt geslapen, bijvoorbeeld blijkende uit de aanwezigheid van een slaapzak en dat gebruikte kleding wordt aangetroffen, maakt niet dat er sprake is van bewoning. Gebruik voor woondoeleinden met een meer dan incidenteel karakter is dan niet aannemelijk.
- E.
Het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom is een herstelsanctie in de zin van artikel 5:2 lid 1 onder b van de Awb. Een herstelsanctie is een bestuurlijke sanctie die strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van de overtreding, tot het voorkomen van herhaling van de overtreding, dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een overtreding. Toepassing ervan moet voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit.
Bij de beoordeling om tot sluiting over te gaan worden in ieder geval de volgende omstandigheden betrokken:
• Toeloop van leveranciers en kopers van drugs, voorwerpen of stoffen, als bedoeld in art. 11a Ow, naar de woning of het lokaal.
• Gevaar voor de openbare orde, de veiligheid en de gezondheid als gevolg van de drugshandel of de voorbereidingshandelingen .
• De straat of buurt waarin de drugshandel of de voorbereidingshandelingen hebben plaatsgevonden, de aanwezigheid van actuele drugsgerelateerde activiteiten of een link met het criminele circuit.
Een last onder bestuursdwang is een herstelsanctie gericht op geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding door feitelijk handelen van het bestuursorgaan, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd of sprake is van spoed. Een last onder dwangsom is een herstelsanctie gericht op geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding en de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Een last onder dwangsom wordt altijd aan een persoon opgelegd en kan daarom alleen worden ingezet indien de overtreder bekend is. Een last onder bestuursdwang is gericht tegen een bepaald pand.
- F.
Zowel huurwoningen van woningcorporaties, woningen die particulier worden verhuurd als koopwoningen kunnen op grond van artikel 13b Ow worden gesloten. Bij huurwoningen van een woningcorporatie behoort een verbod op handel in drugs zoals bedoeld in de Opiumwet tot een standaardclausule in het huurcontract. De woningcorporatie kan dan overgaan tot beëindiging van de huurovereenkomst. Onder deze omstandigheden kan de woningbouwcorporatie het verzoek doen tot een vervroegde heropening. Deze mogelijkheid bestaat ook voor bonafide particuliere verhuurders die maatregelen treffen ter voorkoming van een volgende overtreding van de Opiumwet.
2. Lokale situatie (coffeshop)
Een coffeeshop is een alcoholvrije horeca-inrichting waar handel in en gebruik van cannabisproducten plaatsvindt. Om de markten softdrugs-harddrugs te scheiden, daarmee ‘overstappen’ naar harddrugs te voorkomen en om overlast tegen te gaan in de vorm van illegale straathandel is in Nederland een specifiek coffeeshopbeleid, of beter gezegd gedoogbeleid, ontstaan. Onder strenge voorwaarden, die in de Aanwijzing Opiumwet staan beschreven, wordt er niet strafrechtelijk opgetreden tegen de verkoop van producten die op lijst II staan. Deze voorwaarden worden ook wel aangeduid als AHOJGI-criteria. Deze staan voor:
- •
- •
- •
- •
- •
- •
Er mag in gemeentelijk beleid niet worden afgeweken van de landelijk gestelde criteria, wel kunnen gemeenten extra voorwaarden opnemen.
2.2 Nuloptie of maximumstelsel
Gemeenten hebben ervoor kunnen kiezen om een nuloptiebeleid of een maximumstelsel te voeren. Wanneer een gemeente heeft gekozen voor het nuloptiebeleid, worden er geen coffeeshops binnen de gemeentegrenzen toegestaan. Bij een maximumstelsel stelt de gemeente een maximum aan het aantal coffeeshops dat zij toestaat binnen haar gemeentegrenzen. De gemeente Hardenberg hanteert een maximumstelsel, waar er één coffeeshop gevestigd is in de kern Dedemsvaart.
Met het maximumstelsel bepalen gemeenten zelf hoeveel coffeeshops er maximaal gevestigd mogen worden/zijn binnen de gemeentegrenzen. De gemeente Hardenberg hanteert een maximumstelsel waarbij maximaal één coffeeshop toegestaan wordt binnen de gemeente, en meer specifiek, enkel in de kern Dedemsvaart. Vestiging van een coffeeshop in een andere kern dan Dedemsvaart wordt niet toegestaan. De mogelijkheid tot het exploiteren van een coffeeshop wordt benut en ingevuld door coffeeshop ‘Far Out’ aan de Wisseling 5 te Dedemsvaart. Vestiging van head-, smart- en growshops binnen de gemeentegrenzen wordt niet toegestaan.
De bestaande coffeeshop dient zich naast de landelijke AHOGJI-criteria, ook te houden aan de volgende aanvullende voorwaarden:
- •
- •
- •
- •
De minimale afstand tussen een coffeeshop en nabijgelegen scholen bedraagt 350 meter. Onder ‘scholen’ wordt verstaan zowel basisscholen als scholen voor voortgezet onderwijs. De afstand wordt bepaald door de reëel af te leggen afstand te voet over de openbare weg tussen de voordeur van de coffeeshop en de hoofdingang van de school.
- •
- •
- •
- •
De cannabisproducten mogen niet gratis verstrekt worden en moeten direct worden afgerekend. Stempel- of zegelkaarten, verkoop op rekening, ruilen tegen goederen, onderpand, dan wel in ruil tegen het verrichten van werkzaamheden of anderszins, is niet toegestaan. Een prijslijst moet duidelijk zichtbaar aanwezig zijn.
- •
- •
- •
- •
Aanwezigheid voorlichtingsmateriaal
In de coffeeshop dient voor iedere bezoeker voorlichtingsmateriaal beschikbaar te zijn over het gebruik, de werking en eventuele risico’s van cannabisproducten. Dit materiaal dient afkomstig te zijn van een instelling/organisatie die zich toelegt op de wetenschappelijke bestudering van o.a. softdrugs en het gebruik hiervan, dan wel op de uitvoering van de ambulante verslavingszorg.
- •
- •
Een exploitant van een coffeeshop is belasting verschuldigd over zijn inkomsten en wordt daarvoor ook aangeslagen. Geldstromen die samenhangen met de reële omzetten van coffeeshops die zich houden aan de door het Openbaar Ministerie gestelde eisen worden niet gerekend tot ongebruikelijke transacties in de zin van de wet Meldpunt Ongebruikelijke Transacties. De exploitant dient zich aan de belastingwetgeving te houden.
Het verkrijgen of behouden van de gedoogstatus is aan een aantal eisen verbonden. De gedoogstatus geldt slechts voor de coffeeshop op de vestigingsplaats die in de gedoogverklaring staat vermeld. De gedoogstatus vervalt, los van eventuele sancties op basis van het geldend handhavingsregime, bij beëindiging van de exploitatie van de coffeeshop, bij overdracht aan een andere eigenaar of exploitant, dan wel voortzetting van de inrichting in een andere vorm. Een gedoogstatus is persoonsgebonden en kan niet worden toegekend aan een rechtspersoon. De exploitant mag niet reeds eerder als gevolg van handhaving op basis van deze beleidsregels zijn gedoogstatus in de gemeente Hardenberg hebben verloren.
- •
- •
Met betrekking tot openbare inrichtingen kan tevens de Wet Bibob worden toegepast op vergunningaanvragen om een coffeeshop in te mogen exploiteren. Deze wet maakt het (onder meer) mogelijk vergunningen te weigeren of in te trekken als er sprake is van ernstige gevaar dat de vergunning wordt gebruikt voor het plegen van strafbare feiten of het witwassen van geld. Ook nadat de vergunning verleend is kan er aanleiding zijn om (wederom) een Bibob-toets uit te voeren.
De bestuursrechtelijke handhaving van art. 13b Ow bestaat uit het opleggen van een herstelsanctie. De herstelsancties bestaan uit het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. In beide gevallen is de sanctie erop gericht om de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of te beëindigen en de gevolgen van een overtreding weg te nemen of te beperken. Wanneer welke sanctie wordt toegepast is weergegeven onder 3.3 . Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij de maatregel in de handhavingsmatrix te zwaar (of te licht) is voor de specifieke situatie, denk bijvoorbeeld aan een geringe overtreding van een inwonende jongere of andere schrijnende of juist ernstige of extreme situaties. In dit soort gevallen kan de burgemeester ervoor kiezen af te wijken van het beleid, door bijvoorbeeld niet te sluiten maar een waarschuwing te geven of een last onder dwangsom op te leggen, dan wel juist langer te sluiten dan is voorgeschreven.
Het is mogelijk dat zich ‘verzwarende omstandigheden’ voordoen waardoor sprake is van een zogenoemd ‘ernstig geval’. In dat geval wordt een zwaardere maatregel toegepast. Hieronder staan de belangrijkste feiten en omstandigheden die kunnen worden aangemerkt als verzwarend. Deze opsomming is niet limitatief.
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
- 5.
- 6.
- 7.
- 8.
- 9.
- 10.
In elk geval wordt aangenomen dat sprake is van een ernstig geval bij meer dan duizendmaal de handelshoeveelheid. Het gaan dan om 5 kilogram softdrugs of 500 gram harddrugs.
- A.
Zienswijzen/spoedeisende bestuursdwang
Ter voorbereiding van een besluit tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of dwangsom wordt in beginsel het voornemen bekend gemaakt waartegen een zienswijze, hetzij mondeling, hetzij schriftelijk, kan worden ingediend (art. 4:8 en 4:9 Awb). Hiervan kan worden afgezien indien de vereiste spoed zich daartegen verzet (art. 4:11 onder a Awb).
- B.
In een last onder bestuursdwang of dwangsom dient in de regel een begunstigingstermijn te worden opgenomen. Begunstiging houdt in dat de overtreder de gelegenheid krijgt om zelf aan de last te voldoen binnen de gestelde termijn. Omdat de vereiste spoed bij een last onder bestuursdwang zich daar tegen verzet wordt in de regel overeenkomstig art. 5:31 Awb gebruik gemaakt van een last zonder begunstigingtermijn. Wel wordt de gebruiker in de gelegenheid gesteld (persoonlijke) goederen uit het lokaal of de woning te halen en het pand deugdelijk achter te laten.
- C.
- D.
Bekendmaking en registratie van het besluit
Het besluit tot sluiting van een woning of een lokaal en bijbehorend erf op grond van artikel 13b Ow wordt geregistreerd en gepubliceerd in de zin van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken (WKPB). Deze wet houdt in dat iedere overheidsinstantie die publiekrechtelijke beperkingen mag opleggen hier een administratie van moet bijhouden. Daarnaast is het verplicht de gegevens voor kadastrale objecten, waarop een beperking rust, te melden aan de zogenaamde Landelijke Voorziening. Dit betekent dat elk besluit tot sluiting centraal binnen de betreffende gemeente wordt geregistreerd, waarna de melding aan de Landelijke Voorziening wordt verzocht. Indien de sluiting wordt opgeheven, wordt dit aangepast in het WKPB-register. Een last onder dwangsom wordt bekendgemaakt aan alle rechtstreeks betrokkenen. Dit zijn de eigenaren en gebruikers van de woning of het lokaal en alle overige rechthebbenden van de zaak.
- E.
Een last onder bestuursdwang heeft tot gevolg dat een pand ontoegankelijk is en blijft gedurende de termijn van sluiting en dat een aankondiging van de sluiting duidelijk zichtbaar wordt aangebracht op het betreffende pand. Veelal zal de sluiting door een feitelijke handeling van verzegeling (art. 5:28 Awb) worden geëffectueerd. Het doorbreken van het zegel is strafbaar op grond van art. 199 Wetboek van Strafrecht. Daarnaast is in artikel 2:41 lid 2 van de APV het betreden van een gesloten pand, woning of erf strafbaar gesteld. Indien de overtreder en/of rechthebbende op het gebruik van de zaak geen gevolg geeft aan de last onder bestuursdwang, zal de burgemeester de woning, het lokaal of gebouw op een andere wijze ontoegankelijk maken, bijvoorbeeld door andere sloten op de toegangsdeuren aan te (laten) brengen.
- F.
Indien na het opleggen van een last onder dwangsom een nieuwe overtreding is geconstateerd wordt een dwangsom verbeurd. De betrokkene wordt hiervan op de hoogte gesteld. Daarbij wordt het tot die datum verbeurde bedrag vermeld. Tevens wordt aangegeven dat binnen zes weken na het moment van de geconstateerde overtreding dat bedrag op een bepaalde wijze moet worden voldaan (art. 5:33 Awb).
- G.
- H.
Na afloop van de sluitingstermijn van een last onder dwangsom kan de eigenaar de woning of het lokaal in beginsel weer in gebruik nemen. Dit kan anders zijn als een verlenging op zijn plaats is omdat de vrees voor herhaling niet is weggenomen. De sluiting kan in dat geval verlengd worden. De betrokkene(n) wordt/worden bij een mogelijke verlenging opnieuw gehoord. Een andere mogelijkheid is dat in plaats van een verlenging een last onder dwangsom wordt opgelegd. Indien een last onder dwangsom niet effect blijkt kunnen in plaats van de oorspronkelijke dwangsombedragen hogere bedragen worden opgelegd door middel van het opleggen van een nieuwe, c.q. gewijzigde last onder dwangsom.
Het sanctiebeleid wordt in onderstaande matrices weergegeven. Voor panden niet zijnde de coffeeshop geldt dat bij herhaling van een overtreding de bekendheid van het pand groter is en daarmee een langere sluitingstijd noodzakelijk is. Voorbereidingshandelingen worden vanwege de rol die zij innemen in de drugshandel gekwalificeerd als een ernstig geval. Daarbij wordt aangesloten bij het type drugs waar de voorbereidingen op zien.
3.3.1 Handhavingsmatrix artikel 13b Opiumwet
HANDHAVINGSMATRIX ARTIKEL 13B OPIUMWET
3.3.2 Handhavingsmatrix coffeeshop
|
Aanwezigheid van/verkoop aan niet-ingezetenen* |
|||||
|
Verkoop/levering/aanwezig hebben/gelegenheid geven voor gebruik van andere drugs dan cannabisproducten en smartproducten |
|||||