VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE HARDENBERG 2026
VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE HARDENBERG 2026
De raad van de gemeente Hardenberg,
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 november 2025, zaaknummer 1115566;
gelet op de artikelen 2.1.3, artikel 2.1.4 eerste, tweede, derde, vierde en zesde lid en artikel 2.1.4a eerste, tweede, derde, vijfde en zesde lid, 2.1.4b tweede lid, 2.1.5 eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6 vierde lid en 2.6.6 eerste lid van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
gelezen het advies van de Participatieraad Sociaal Domein Hardenberg van 14 oktober 2025;
• het noodzakelijk is om inwoners te ondersteunen als zij beperkingen ondervinden in hun maatschappelijke participatie en zelfredzaamheid en zij niet in staat zijn om op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg, met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen hiervoor een oplossing te vinden;
• het noodzakelijk is om inwoners met psychische of psychosociale problemen en inwoners die vanwege huiselijk geweld of om andere redenen de thuissituatie hebben verlaten, te ondersteunen bij het zich handhaven in de samenleving als zij hier niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van het sociale netwerk of met gebruikmaking van algemene voorzieningen toe in staat zijn;
• het noodzakelijk is om bij verordening regels te stellen met betrekking tot de invulling van de plicht tot ondersteuning.
vast te stellen de “Verordening maatschappelijke ondersteuning Hardenberg 2026”.
- 1.
In deze verordening wordt verstaan onder:
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
pgb-aanbieder : Van een professionele ondersteuner/aanbieder is sprake als de ondersteuning verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van het sociale netwerk van de inwoner:
- °
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over een VOG en afgeronde en voor de ondersteuning relevante opleidingen/diploma’s, zoals genoemd in bijlage 1, die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
- °
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel (zzp). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en beschikken over een VOG en afgeronde en voor de ondersteuning relevante opleidingen/diploma’s, zoals genoemd in bijlage 1, die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
- °
- •
- •
- •
toezichthouder : een door het college aangewezen persoon of partij die, krachtens de bevoegdheden uit hoofdstuk 6 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 toezicht uitoefent op naleving van de kwaliteits,-veiligheids,- en rechtmatigheidseisen van de dienstverlening die valt binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- 2.
Hoofdstuk 3: Onderzoek en opstellen ondersteuningsplan
- 1.
- 2.
De volgende factoren maken in ieder geval deel uit van het onderzoek en vormen de basis van het gesprek:
- a.
- b.
- c.
- d.
- e.
- f.
de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
- g.
de mogelijkheden om door middel van samenwerking met zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de Zorgverzekeringswet en partijen op het gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering van zijn zelfredzaamheid, zijn participatie of aan beschermd wonen of opvang;
- h.
- i.
- 3.
- 4.
- 5.
- 6.
- 7.
- 8.
Hoofdstuk 4: Aanvraag, besluit en beschikking
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
- 5.
Hoofdstuk 5: Maatwerkvoorzieningen
- 1.
- 2.
- 3.
Een inwoner met psychische of psychosociale problemen en een inwoner die vanwege huiselijk geweld of om een andere reden de thuissituatie heeft verlaten, komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de problemen bij het zich handhaven in de samenleving, als de inwoner de problemen niet kan verminderen of wegnemen door gebruik te maken van:
- a.
- b.
- c.
- d.
- e.
- f.
- g.
Artikel 13 Voorwaarden en weigeringsgronden
- 1.
- 2.
- 3.
Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening:
- a.
- b.
- c.
als de gevraagde voorziening al eerder aan de inwoner is verstrekt op grond van enige wettelijke bepaling en de normale afschrijvingstermijn van die voorziening nog niet is verstreken. Tenzij de voorziening verloren is gegaan door omstandigheden die niet aan de inwoner zijn toe te rekenen of de inwoner de restwaarde van de voorziening die verloren is gegaan geheel of gedeeltelijk vergoedt;
- d.
- e.
- f.
- g.
- h.
- i.
- j.
- k.
- l.
- m.
- n.
- o.
Artikel 14 Aanvullende criteria beschermd wonen en maatschappelijke opvang
- 1.
In aanvulling op criteria uit de artikelen 11, 12 en 13 kan een inwoner en ook eventuele kinderen van deze inwoner in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang als gevolg van feitelijk of residentieel dakloos zijn en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving als:
- a.
de inwoner de situatie van feitelijk of residentieel dakloosheid niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen of andere maatwerkvoorzieningen gericht op het bevorderen van de participatie en zelfredzaamheid in voldoende mate kan verminderen of wegnemen, en;
- b.
opvang een passende, noodzakelijke en tijdelijke bijdrage levert aan het voorkomen van dakloosheid, het psychosociaal functioneren, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en/of het afwenden van gevaar voor de inwoner of anderen en de behoefte van de inwoner met als doel het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
- a.
- 2.
In aanvulling op de criteria uit de artikelen 11, 12 en 13 kan een inwoner en ook eventuele kinderen van deze inwoner in aanmerking komen voor maatschappelijke opvang als gevolg van verlaten van de thuissituatie om veiligheidsredenen door huislijk geweld als:
- a.
- b.
- c.
opvang een passende, noodzakelijke en tijdelijke bijdrage levert aan het afwenden van gevaar voor de inwoner of zijn kinderen, voorkomen van dakloosheid, het psychosociaal functioneren, voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast en de behoefte van de inwoner met als doel het realiseren van een situatie waarin de inwoner en/of zijn kinderen in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht en in een veilige situatie te handhaven in de samenleving.
- 3.
In aanvulling op de criteria uit de artikelen 11, 12 en 13 kan een inwoner in aanmerking komen voor beschermd wonen op grond van de wet als:
- a.
- b.
de inwoner de situatie van psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen of maatwerkvoorzieningen gericht op het bevorderen van de participatie en zelfredzaamheid in de thuissituatie in voldoende mate kan verminderen of wegnemen, en;
- c.
beschermd wonen een passende en noodzakelijke bijdrage levert aan het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie, het psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, voorkomen van maatschappelijke overlast en/of het afwenden van gevaar voor de inwoner of anderen en daarbij voorziet in het realiseren van een situatie waarin de inwoner in staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de samenleving.
Artikel 15 Aanvullende criteria woonvoorzieningen
- 1.
- 2.
In aanvulling op de criteria uit artikel 11, 12 en 13 wordt geen woonvoorziening verstrekt:
- a.
- b.
- c.
als het om voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten gaat, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte. Er kan dan wel een verhuiskostenvergoeding worden verstrekt. Voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten van doelgroepengebouwen zijn hiervan uitgezonderd en worden niet verstrekt;
- d.
- e.
- f.
- g.
- h.
- 3.
- 4.
Artikel 16 Primaat van verhuizen
- 1.
Verhuizen naar een aangepaste of aanpasbare woning heeft voorrang, als de som van de kosten van het aanpassen van de woning en het treffen van een woonvoorziening van niet-bouwkundige aard aan die woning, meer bedraagt dan het jaarlijks door het college vast te stellen bedrag, opgenomen in het Financieel Besluit Wmo en Jeugd.
- 2.
- 3.
Artikel 17 Aanvullende criteria vervoershulpmiddel en vervoersvoorziening
- 1.
In aanvulling op criteria uit de artikelen 11, 12 en 13 kan een inwoner voor collectief vervoer in aanmerking komen als hij zich door aantoonbare beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek, inclusief een chronische, psychische en/of psychosociaal probleem, niet lokaal kan verplaatsen en geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer of van algemeen gebruikelijke vervoersmiddelen en hierdoor een participatie probleem ervaart. Inwoner ontvangt bij toekenning van deze voorziening een Wmo-vervoerspas.
- 2.
- 3.
- 4.
Als het collectief vervoer niet passend is en het gebruik van de eigen auto of taxi voor inwoner (medisch)noodzakelijk is voor het zich verplaatsen in de leefomgeving, en dit aantoonbaar leidt tot meerkosten ten opzichte van de als algemeen gebruikelijk te beschouwen kosten, kan een voorziening verstrekt worden voor het gebruik van de eigen auto in de vorm van een financiële tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is maximaal 1.500 km x kilometerprijs voor variabele kosten middenklasse auto uit de geldende ‘Prijzengids Nibud’. Dit bedrag wordt jaarlijks vastgelegd in het Financieel Besluit Wmo en Jeugd.
- 5.
Hoofdstuk 6: Pgb en financiële tegemoetkoming
Artikel 18 Regels voor een pgb
- 1.
Als een inwoner in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening voor diensten en de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een pgb, toetst het college of voldaan wordt aan de in artikel 2.3.6 tweede lid van de wet opgenomen voorwaarden. De inwoner dient daarvoor een pgb-budgetplan in. In het pgbbudgetplan is in elk geval opgenomen:
- a.
- b.
- c.
- d.
- e.
- 2.
- 3.
- 4.
Artikel 19 Uitsluitingsgronden Pgb
- 1.
- 2.
Artikel 20 Onderscheid formele en informele hulp
- 1.
- 2.
Van formele hulp is sprake als de hulp verleend wordt door onderstaande personen, met uitzondering van personen uit het sociaal netwerk van de inwoner:
- a.
personen die werkzaam zijn bij een instelling die ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staat in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007) en die beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken, of;
- b.
personen die aangemerkt zijn als zelfstandige zonder personeel (zzp). Daarnaast moeten ze ten aanzien van de voor het pgb uit te voeren taken/werkzaamheden ingeschreven staan in het Handelsregister (volgens artikel 5 Handelsregisterwet 2007), beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) en beschikken over de relevante diploma’s die nodig zijn voor uitoefening van de desbetreffende taken.
- a.
- 3.
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
Er worden twee pgb-tariefsoorten onderscheiden:
- a.
- b.
informele/ niet professionele hulp: geleverd door een persoon uit het sociale netwerk van de inwoner, waarbij het tarief is gebaseerd op het wettelijk minimumloon, vermeerderd met een opslag voor werkgeverslasten. De hoogte van deze opslag wordt jaarlijks vastgesteld door het college in het financieel besluit, op basis van actuele landelijke cijfers en adviezen, waaronder van Per Saldo, en in lijn met jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (ECLI:NL:CRVB:2025:1380).
- 5.
Als het op grond van de bovenstaande leden vastgesteld budget in een individueel geval aantoonbaar onvoldoende is om de benodigde voorziening te kunnen inkopen, past het college het tarief zodanig aan dat de voorziening bij ten minste één passende aanbieder kan worden ingekocht, met een maximum van 100% van het tarief voor gecontracteerde ondersteuning in natura.
- 6.
- 7.
Hoofdstuk 7: Bijdrage in de kosten
Artikel 24 Hoogte bijdrage in de kosten
- 1.
Voor algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen (collectief vervoer, beschermd wonen en opvang uitgezonderd) bedraagt de hoogte van de bijdrage voor één of meerdere voorzieningen tezamen het bedrag per maand zoals genoemd in artikel 2.1.4 lid 3 en 2.1.4a lid 4 van de wet voor de ongehuwde inwoner of de gehuwde inwoner en diens echtgenoot tezamen.
- 2.
- 3.
- 4.
- 5.
Artikel 25 Berekening kostprijs voorzieningen
- 1.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt vastgesteld op het bedrag dat het college aan kosten maakt voor de levering van de desbetreffende voorziening. Hierbij worden in ieder geval de inkoopprijs, de kosten van onderhoud, verzekering, administratie en overige directe kosten meegerekend.
- 2.
- 3.
- 4.
- 5.
- 6.
Hoofdstuk 8: Bestrijding misbruik
Artikel 26 Nieuwe feiten en omstandigheden, herziening, intrekking of terugvordering
- 1.
Het college informeert inwoner dan wel de budgethouder (als dit niet dezelfde persoon is), wettelijk vertegenwoordiger of degenen aan wie het pgb-beheer is gedelegeerd, in begrijpelijke bewoording over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.
- 2.
De inwoner, dan wel de budgethouder (als dit niet dezelfde persoon is), wettelijk vertegenwoordiger of degenen aan wie het pgb-beheer is gedelegeerd, doet melding op verzoek of uit eigen beweging aan het college van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing over het recht op een voorziening.
- 3.
- 4.
Als het college een beslissing op grond van lid 3 onder a heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de inwoner, dan wel de budgethouder (als dit niet dezelfde persoon is), wettelijk vertegenwoordiger of degenen aan wie het pgb-beheer is gedelegeerd, opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de inwoner en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten pgb.
- 5.
- 6.
- 7.
- 8.
- 9.
Hoofdstuk 9: Kwaliteit en veiligheid
Artikel 28 Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
- 5.
Als een pgb-aanbieder of gecontracteerde aanbieder van diensten aan het college toestemming vraagt voor het inschakelen van een onderaannemer, wordt de onderaannemer getoetst aan de criteria opgenomen in bijlage 1. Indien de kwaliteitscriteria bij deze aanbieder zijn beoordeeld door de gemeente en de gemeente is van oordeel dat deze aanbieder niet voldoet aan de kwaliteitstoets mag de betreffende aanbieder niet als onderaannemer gecontracteerd worden door de hoofdaannemer. Als na afloop van dat jaar de kwaliteit zodanig verbeterd is dat wel aan de eisen wordt voldaan kan de aanbieder een verzoek indienen bij gemeente om opnieuw te toetsen aan de kwaliteitseisen.
Artikel 29 Verhouding prijs en kwaliteit levering voorziening door derden
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
Artikel 30 Meldingsregeling calamiteiten en geweld
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
- 5.
De toezichthoudend ambtenaar, bedoeld in artikel 6.1, van de wet, doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld bij het verstrekken van een maatwerkvoorziening maatschappelijke ondersteuning.
Hoofdstuk 11: Klachten en medezeggenschap
- 1.
Het college hanteert de vastgestelde gemeentelijke klachtenregeling voor de afhandeling van klachten, voor zover de klacht betrekking heeft op professionals werkzaam onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit betreft dan onder andere de wijze van afhandeling van meldingen, verzoeken en aanvragen als bedoeld in deze verordening.
- 2.
- 3.
Artikel 35 Betrekken van ingezetenen bij het beleid
- 1.
- 2.
- 3.
- 4.
Het college draagt er zorg voor dat de Participatieraad tijdig in het bezit is van alle informatie die noodzakelijk is voor het overleg met de gemeente of om zijn adviesrol naar behoren uit te oefenen. Hierbij wordt aansluit gezocht bij de termijnen zoals genoemd in de verordening van de Participatieraad.
Hoofdstuk 12: Overgangsrecht en slotbepalingen
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de inwoner afwijken van de bepalingen van deze verordening als de toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Artikel 38 Intrekking oude verordening en overgangsrecht
- 1.
- 2.
Een inwoner houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Hardenberg 2023, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken of de indicatietermijn is verstreken.
- 3.
- 4.
- 5.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg van 16 december 2025.
De raad voornoemd,
de griffier, de voorzitter,
F.G.S. Droste M.W. Offinga
Bijlage 1: Kwaliteitscriteria pgb zorgaanbieders en onderaannemers
Het college is eindverantwoordelijk voor de kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid van zorg aan burgers. Ook als de ondersteuning wordt geboden via een pgb. De zorgaanbieders dienen te werken met deskundig personeel en moeten kwalitatief goede zorg bieden, waarin de inwoner en zijn netwerk centraal staan. In deze bijlage staan (aanvullende) kwaliteitseisen, naast die de relevante wetgeving noemt, waaraan deze pgb zorgaanbieders en eventuele onderaannemers aan moeten voldoen. Deze eisen zijn ook aan de gecontracteerde aanbieders gesteld om de kwaliteit van de zorg te waarborgen.
Waar in deze bijlage wordt gesproken van ‘zorgaanbieder’, wordt de pgb-aanbieder bedoeld.
|
Zorgaanbieder voldoet aan de regels zoals vastgelegd in de Zorgbrede Governance code. Zorgaanbieder is op de hoogte van de regels van deze code en handelt conform deze code. |
|
Zorgaanbieder verleent hulp of ondersteuning met inachtneming van de eisen die volgens de algemeen aanvaarde professionele standaard aan Zorgaanbieder worden gesteld. De bij de zorgaanbieder in dienst zijnde medewerkers houden zich aan de voor hen geldende beroepscode. |
|
Zorgaanbieder stelt zich op de hoogte van de laatste relevante ontwikkelingen, kwaliteitseisen en wet- en regelgeving op landelijk niveau en handelt ernaar (oa. Jeugdwet, Wmo, Wtza, Wlz, Zvw en Wet Bibob). |
|
Zorgaanbieder neemt kennis van:
Zorgaanbieder onderschrijft de beleidsmatige uitgangspunten en handelt ernaar. Zorgaanbieder conformeert zich aan wijzigingen in beleid en lokale wet- en regelgeving. |
|
Zorgaanbieder salarieert maximaal overeenkomstig de Wet Normering Topinkomens en bijbehorende nadere regelingen. |
|
Zorgaanbieder dient op werkdagen minimaal van 09.00 – 17.00 uur telefonisch bereikbaar te zijn voor het college. |
|
Zorgaanbieder behandelt inwoners en medewerkers van het college op een respectvolle wijze en zet geen zogenoemde agressieve verkooptechnieken in. |
|
De Zorgaanbieder signaleert veranderingen in de situatie van de inwoner en zijn omgeving/sociale netwerk met mogelijk gevolgen voor de mate van de inzet voor de inwoners. Zorgaanbieder bespreekt deze veranderingen in de situatie van de inwoner met de Inwoner. Vervolgens meldt inwoner of zorgaanbieder deze verandering in de situatie bij de het college. |
|
Zorgaanbieder zoekt actief naar mogelijkheden om hulp of ondersteuning af te schalen. Dat wil zeggen verkorten van ondersteuningsduur, complexiteit of intensiteit (bijvoorbeeld door inzet van voorzieningen uit het voorliggend veld, vrijwilligers en eigen netwerk van de inwoner). De hulp of ondersteuning is gericht op ontwikkeling, blijvende participatie en/of stimulering van de zelfredzaamheid, passend bij de levensfase van de inwoner. |
|
Zorgaanbieder draagt zorg voor gelijkwaardige vervanging (continuïteit en kwaliteit) bij afwezigheid van de (ingehuurde) medewerker van zorgaanbieder, bijvoorbeeld door verlof of ziekte. |
|
Zorgaanbieder zal het Hulpverleningsplan (zonder vertrouwelijke informatie) of na toestemming van de inwoner aan het college te verstrekken. |
|
Zorgaanbieder treedt op als casusregisseur. De zorgaanbieder is verantwoordelijk voor het opstellen, bewaken, structureren en coördineren van de uitvoering van het hulp of ondersteuning. Hierbij draagt de zorgaanbieder zorg voor een effectieve en efficiënte samenwerking op operationeel niveau. De casusregisseur draagt zorg voor de continuïteit en kwaliteit van de hulp of ondersteuning. Daar waar hapering of stagnatie optreedt meldt de zorgaanbieder dit bij het college en vindt waar nodig afstemming plaats tussen het college en zorgaanbieder. Het college heeft dan de verantwoordelijkheid om het proces weer op gang te brengen. |
|
Als de inwoner overgaat naar een andere zorgaanbieder, zorgt zorgaanbieder voor een soepele, professionele overdracht naar deze (nieuwe) zorgaanbieder, waarbij de continuïteit van de hulp of ondersteuning is gewaarborgd. Zorgaanbieder draagt terstond, maar uiterlijk binnen één (1) week na de overdracht het dossier van de Inwoner compleet en kosteloos over aan deze zorgaanbieder en neemt daarbij de privacywetgeving in acht. |
|
Hulp of ondersteuning die wordt ingezet voordat een maatwerkvoorziening is verstrekt zal niet worden vergoed. Indien de looptijd van de maatwerkvoorziening is verstreken en deze niet is vervangen door een nieuwe maatwerkvoorziening, wordt de hulp of ondersteuning niet vergoed. |
|
De zorgaanbieder maakt met inwoners duidelijke werkafspraken over de levering van de hulp of ondersteuning, vastgelegd in een hulpverleningsplan. Basis voor dit hulpverleningsplan is het ondersteuningsplan dat door de het college wordt opgesteld of de verwijzing van een derde. Dit hulpverleningsplan voldoet in ieder geval aan de volgende eisen:
|
|
Zorgaanbieder sluit de hulp of ondersteuning af met een eindevaluatie welke is ondertekend door inwoner. In de eindevaluatie worden de gestelde doelen en resultaten vanuit het hulpverleningsplan geëvalueerd. |
|
De zorgaanbieder dient bij methodieken en interventies in te zetten die onafhankelijk zijn onderzocht en daarbij effectief zijn bevonden. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van interventies en methodieken die zijn opgenomen en beschreven in een van volgende databanken:
De zorgaanbieder is verplicht de in het kader van de hulp of ondersteuning in te zetten methodieken op te nemen in het Hulpverleningsplan. Indien het gaat om een (nieuwe) interventie of methodiek die niet is opgenomen en beschreven in één van de in het bovenstaand beschreven databanken, heeft het college het recht de methodiek te verifiëren en accorderen. |
|
Zorgaanbieder is bekend met het gedachtegoed van Positieve gezondheid en werkt vanuit dit gedachtegoed. |
|
De zorgaanbieder draagt er zorg voor dat de hulp of ondersteuning van goede kwaliteit is. Hulp of ondersteuning wordt in elk geval:
|
|
Als zorgaanbieder inschat dat het waarschijnlijk is dat een inwoner in aanmerking komt voor hulp of ondersteuning op grond van een andere wet, en deze ondersteuning nodig is om tot een oplossing van de hulp- of ondersteuningsvraag van de inwoner te komen, begeleidt zorgaanbieder de inwoner bij het aanvragen hiervan of spreekt zij met de reeds betrokken zorgaanbieder af dat de zorgaanbieder hierin begeleidt. |
|
Zorgaanbieder en indien van toepassing onderaannemers en/of samenwerkende partijen werken mee aan van toepassing zijnde inspecties door de daarvoor aangewezen organisaties en geven opvolging aan aanbevelingen die hieruit naar voren komen. Zorgaanbieder dient het college over de aanbevelingen te informeren en dient concreet aan te geven indien aanbevelingen de hulp of ondersteuning aan de Inwoners van het college raakt. |
|
Zorgaanbieder voldoet daarnaast aan de gestelde eisen ter bevordering van de rechtspositie van de Inwoner, waaronder in ieder geval:
|
|
De ondersteuning op grond van de Wmo 2015 wordt verleend door een medewerker die beschikt over een afgeronde en voor de ondersteuning relevante[1] beroepsopleiding van minimaal mbo niveau 4. De aanvullende inzet van medewerkers met een afgeronde en voor de ondersteuning relevante beroepsopleiding van mbo 3 niveau of lager is toegestaan indien:
|
|
Levering geschiedt door inzet van voldoende gekwalificeerde medewerkers en – voor zover van toepassing - op basis van een voor Zorgaanbieder geldende cao. |
|
Zorgaanbieder beschikt over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’ van personen die beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met Inwoners. De VOG mag niet ouder zijn dan drie (3) maanden bij aanvang van de werkzaamheden van de medewerker. Zorgaanbieder verlangt van haar werknemers een nieuwe VOG op het moment dat redelijkerwijs het vermoeden bestaat dat daar aanleiding toe is. |
|
Zorgaanbieder beperkt voor de inwoner zoveel mogelijk het aantal wisselingen van medewerkers die hulp of ondersteuning leveren. |
|
Indien zorgaanbieder gebruik maakt van vrijwilligers bij de hulp of ondersteuning van de inwoner, draagt hij er zorg voor dat de kwaliteit en betrouwbaarheid van de hulp of ondersteuning wordt geborgd. |
|
De zorgaanbieder faciliteert en begeleidt de ingezette vrijwilligers. |
|
Vrijwilligers met inwoner contact dienen in ieder geval te beschikken over een geldige Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) screeningsprofiel ‘gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’. |
|
Zorgaanbieder garandeert dat vrijwilliger met Inwoner contact:
|
|
Inzet van onderaannemers is alleen toegestaan indien de het college hier schriftelijk toestemming voor heeft gegeven. Hulp of ondersteuning die is geleverd door een onderaannemer waarvoor deze toestemming ontbreekt, kan niet in rekening worden gebracht bij het college. |
|
Het college gaat ten aanzien van coöperaties aanvullende voorwaarden stellen met betrekking tot de inzet van de leden van de coöperatie. Deze liggen in lijn met hetgeen van hoofd-onderaannemers gevraagd wordt.
|
|
De zorgaanbieder zorgt voor een goede samenwerking met medewerkers van andere relevante organisaties onder andere: gezondheidszorg, begeleiders op school, thuiszorg. |
|
Zorgaanbieder draagt zorg voor een adequate klachtenprocedure vergelijkbaar met de procedure zoals omschreven in de artikelen 13 t/m 17 van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (hierna: WKKGZ), welke voorziet in een snelle en correcte afhandeling van klachten van Inwoners. Zorgaanbieder is tevens aangesloten bij een onafhankelijk geschilleninstantie. |
|
Zorgaanbieder draagt actief bij aan een cliënttevredenheidsonderzoek Menselijke Maat. |
|
Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Zorgaanbieder hanteert een ‘meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling’ en bevordert het gebruik en de kennis van de Meldcode onder medewerkers. Indien er sprake is van onveiligheid (in het kader van de Meldcode), dan stelt de Zorgaanbieder een veiligheidsplan op. Zorgaanbieder wijst ten minste één aandachtsfunctionaris aan die lid is van de landelijke vakgroep aandachtsfunctionarissen kindermishandeling (LVAK). Deze aandachtsfunctionaris waarborgt de implementatie van de Meldcode. Deze functionaris is aanspreekpunt voor de zorg- en veiligheidspartners in het kader van de aanpak van huiselijk geweld en participeert in het ontwikkelplan huiselijk geweld en kindermishandeling van de het college Hardenberg. Ook is de aandachtsfunctionaris bekend met de specialisten die kunnen worden ingeschakeld voor specifieke vormen van huiselijk geweld. Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG ) Zorgaanbieder meldt datalekken bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Calamiteiten en geweldsincidenten Zorgaanbieder is bekend en handelt conform de vigerende calamiteitenprotocollen van de IGJ en het college. Zorgaanbieder meldt calamiteiten en geweldsincidenten[2] zo spoedig mogelijk (uiterlijk binnen drie (3) werkdagen) bij Het college en – waar het gaat om zorg of ondersteuning op grond van de Jeugdwet – aan de IGJ. Dit in verband met de coördinatie van (dreigende) maatschappelijke onrust[3] en/of (verwachte) media-aandacht. Ontslag medewerker wegens disfunctioneren Zorgaanbieder die zorg of ondersteuning op grond van de Jeugdwet biedt doet binnen drie (3) werkdagen melding bij de IGJ bij ontslag van een medewerker wegens disfunctioneren. Zorgaanbieder meldt signalen over (vermoedens van) fraude, financiële fouten, kwaliteitsproblemen of ongewenste werkwijzen bij het LMZ. |
|
Zorgaanbieder stelt Het college binnen vijf (5) werkdagen op de hoogte van:
|
|
De zorgaanbieder voert een deugdelijke administratie, waarbij in ieder geval inkomsten, uitgaven, verplichtingen, inwonersdossiers en verantwoording te herleiden zijn naar bron en bestemming. |
|
De zorgaanbieder heeft schriftelijk vastgelegd welke organen van de Zorgaanbieder bevoegd zijn ten aanzien van welk onderdeel of aspect van de bedrijfsvoering. |
|
De zorgaanbieder heeft schriftelijk en inzichtelijk vastgelegd hoe de hulp of ondersteuning wordt georganiseerd. Daarbij wordt gemeld van welke andere bedrijven of dochterondernemingen gebruik wordt gemaakt en wat de aard is van de relaties met die andere verbanden, waaronder begrepen verantwoordelijkheden, taken en beslissingsbevoegdheden. |
|
De activiteiten van de zorgaanbieder in het kader van de maatwerkvoorziening worden in de bedrijfsadministratie financieel onderscheiden van andere activiteiten van de zorgaanbieder. |
|
Het college mengt zich niet in deze ondernemingsvrijheid, tenzij de bedrijfsvoering en/of de financiële situatie van de organisatie de continuïteit en de kwaliteit van de hulp of ondersteuning in gevaar brengt. Van een gevaar voor de continuïteit is sprake indien in eenzelfde boekjaar sprake is van een negatief eigen vermogen én een negatief financieel resultaat. Om de kwaliteit van de ondersteuning te waarborgen dient de zorgaanbieder te voldoen aan onderstaande voorwaarden:
|
|
Zorgaanbieder conformeert zich aan het principe ‘zorggeld moet worden besteed aan zorg’. Het college hanteert daarbij het uitgangspunt dat zorgaanbieder 5% van het voorwerp van de Opdracht reserveert voor reserves. Bij significante afwijkingen zal Het college in gesprek gaan met Zorgaanbieder over de kwaliteit en de rechtmatigheid van de geleverde en gedeclareerde hulp of ondersteuning en de herkomst van het hoge of lage nettoresultaat. |
|
Zorgaanbieder past de relevante CAO’s toe. Zorgaanbieder kiest ten behoeve van het realiseren van één (1) werkgever, gelet op zijn taken en de werkingssfeer-bepaling in de CAO’s, een passende CAO. Dit betekent niet dat CAO’s geharmoniseerd moeten worden, maar dat er één dominante CAO is. |
|
Zorgaanbieder stelt medewerkers die worden ingehuurd als payroll- of uitzendkracht gelijk wat betreft de beloning conform wet Waadi. Daarmee hebben deze inhuurkrachten recht op de eindejaarsuitkering en de levensloopbijdrage, naast de andere arbeidsvoorwaarden die gelden voor de uitzend-CAO(ABU). |
|
Zorgaanbieder geeft invulling aan het begrip goed werkgeverschap (denk aan zorgvuldig, sociaal, transparant en controleerbaar). Het college beschouwt in ieder geval verloop (uitstroom fte/totaal fte), verzuim (aantal ziektedagen medewerkers / totaal aantal beschikbare dagen medewerkers) en de tevredenheid en ontwikkeling van medewerkers als indicatoren voor goed werkgeverschap. Zorgaanbieder streeft naar duurzame inzetbaarheid van medewerkers en zet zich in om verzuim te voorkomen. |
|
Zorgaanbieder voldoet aan de wetgeving omtrent arbeidsomstandigheden. Zorgaanbieder zorgt voor de veiligheid, gezondheid en welzijn van medewerkers conform de Arbo-eisen. Zorgaanbieder draagt zorg voor een actief HR-beleid voor het werven en deskundig en vitaal houden van medewerkers. |
|
Individuele begeleiding kan niet op hetzelfde moment worden ingezet in combinatie met begeleiding groep. Individuele begeleiding en begeleiding groep kunnen wel naast elkaar worden ingezet. |
|
Begeleiding individueel stabilisatiegericht wordt verleend door één medewerker met (minimaal) een afgeronde en voor de zorg relevante[4] opleiding op MBO 3 niveau. |
|
Begeleiding groep wordt geïndiceerd in dagdelen, een dagdeel kent 4 uur. Eén etmaal is maximaal twee dagdelen. |
|
Begeleiding groep ontwikkelingsgericht wordt verleend door minimaal één medewerker met (minimaal) een afgeronde en voor de zorg relevante[5] opleiding op MBO 4 niveau op maximaal acht (8) inwoners. |
|
Begeleiding groep belevingsgericht wordt verleend door minimaal één medewerker met (minimaal) een afgeronde en voor de zorg relevante[6] opleiding op MBO 3 niveau op maximaal tien (10) inwoners. |
|
Zorgaanbieder zorgt dat de locatie voor begeleiding groep waar ondersteuning plaatsvindt, voldoet aan alle relevante wet- en regelgeving (zoals bestemmingsplan). Waar nodig heeft het college de vereiste vergunningen verstrekt om ter plaatse hulp te bieden. De locatie is aangepast aan (de kwetsbaarheid van) de doelgroep. |
|
De zorgaanbieder voorziet in de mogelijkheid vervoer van – en naar de locatie waar begeleiding groep wordt geboden indien inwoner gelet op zijn beperkingen of psychische of psychosociale problematiek niet in staat is om zich zelfstandig te verplaatsten tussen zijn woon- of verblijfplaats en de locatie waar de begeleiding groep wordt geboden. Vervoer wordt ingezet op indicatie. |
De gemeente stelt eisen aan de deskundigheid van medewerkers Wmo begeleiding en jeugdhulp zoals hierboven opgenomen. Medewerkers moeten beschikken over een afgeronde voor de hulp of ondersteuning relevante beroepsopleiding. Onder een relevante beroepsopleiding wordt in ieder geval verstaan:
1. Middelbaar Beroepsonderwijs:
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
- •
Wanneer een medewerker niet over een relevant MBO- en/of HBO-diploma beschikt kan via een EVC-traject bij een erkende EVC-aanbieder aangetoond worden dat de medeweker door middel van werkervaring wel vakbekwaam is.
Het Nationaal Kenniscentrum EVC beheert en onderhoudt het register inzake de EVC procedures van erkende EVC aanbieders. Via een procedure voor het Erkennen van jouw Verworven Competenties (EVC) wordt aan de hand van een erkende EVC standaard precies in kaart gebracht wat je daarvan aan kennis en vaardigheden in huis hebt. Er wordt gekeken naar wat je in de praktijk hebt (bij)geleerd en dit alles wordt vastgelegd in een uitgewerkt persoonlijk ervaringscertificaat. Met een Ervaringscertificaat kun je vervolgens de Examenkamer vragen om een vakbekwaamheidsbewijs af te geven.
Website Nationaal Kenniscentrum EVC: https://www.ervaringscertificaat.nl/
Website Examenkamer: https://www.examenkamer.nl/
Buitenlandse diploma’s of andere vorm van validering van formeel onderwijs worden slechts geaccepteerd onder overleggen van een door namens de Nederlandse overheid door SBB of Nuffic afgegeven diplomavergelijking of waardering.
6. Buitenlandse Vakbekwaamheidsbewijs:
Buitenlandse bewijzen van vakbekwaamheid en andere vormen van validering van informeel en non formeel leren en vakvolwassenheid worden slechts geaccepteerd onder overleggen van een door namens de EVC convenant partners door het Nationaal Kenniscentrum EVC afgegeven verklaring inzake vakvolwassenheid en/of vakbekwaamheid.
Bij Jeugd dient gewerkt te worden volgens de norm verantwoorde werktoedeling.[7] Bij de uitvoering van Jeugdhulp is een SKJ of BIG registratie verplicht zoals genoemd in artikel 4.1.6 Jeugdwet en artikel 5.1.1. Besluit Jeugdwet. Er kan slechts een niet geregistreerde professional worden ingezet indien aannemelijk wordt gemaakt dat de kwaliteit van de uit te voeren taak niet nadelig wordt beïnvloed.
MBO: CREBO: Centraal Register Beroepsonderwijs
HBO: CROHO: Centraal Register Hoger Onderwijs
WO: CROHO: Centraal Register Hoger Onderwijs
DUO: Register van op naam gestelde diploma’s
Opleidingen MBO- CREBO register
Opleidingen HBO – WO – CROHO register
Opleidingen o.b.v. SKJ registratie
[1] Waar hier gesproken wordt over relevante beroepsopleiding, zie opleidingseisen verderop uit bijlage 1.
[2] Een calamiteit is een niet-beoogde of onverwachte gebeurtenis, die betrekking heeft op de kwaliteit van de zorg en die tot de dood van of een ernstig schadelijk gevolg voor een Inwoner heeft geleid. Een geweldsincident is: seksueel binnendringen van het lichaam van of ontucht met een inwoner, alsmede geweld jegens een inwoner, door iemand die in dienst of in opdracht van een instelling of opdrachtnemer van een instelling werkzaam is, dan wel door een andere Inwoner met wie de Inwoner gedurende het etmaal of een dagdeel in een accommodatie van een instelling verblijft.
[3] Maatschappelijke onrust staat hierbij voor ‘het verschijnsel waarbij één of enkele incidenten plaatsvinden die leiden tot subjectieve en/of objectieve problemen op het gebied van openbare orde en veiligheid’.
[4] Zie opleidingseisen verderop in deze bijlage 1.
[5] Zie opleidingseisen verderop uit bijlage 1.
[6] Zie opleidingseisen verderop uit bijlage 1.
[7] Zie hiervoor Kwaliteitskader Jeugd: kwaliteitskader-Jeugd-v2.1.pdf (skjeugd.nl)