De Nedersaksenlijn is de spoorverbinding tussen Groningen, Veendam, Stadskanaal, Westerwolde, Emmen, Hardenberg en Twente/Zwolle. Het doel is om het openbaar vervoer in het gebied te verbeteren, reistijden te verkorten en plaatsen beter met elkaar te verbinden. Daarom wordt er tegelijkertijd gekeken naar de ontwikkeling van het gebied rond de spoorlijn, bijvoorbeeld voor wonen en werken.
Stand van zaken
ProRail werkt aan een opdracht van het ministerie van Infrastructuur & Waterstaat. Het onderzoek gaat over hoe de Nedersaksenlijn kan zorgen voor betere verbindingen. En voor nieuwe kansen voor wonen, werken en leven in Noord- en Oost-Nederland. Rijk en regio onderzoeken nu wat daarvoor nodig is en welke mogelijkheden het beste passen bij het gebied. Voor het spoor zijn drie dingen belangrijk. Waar komt het nieuwe spoor? Welke stations horen daarbij? En hoe sluit de Nedersaksenlijn aan op de huidige dienstregeling.
Dat gebeurt in een ‘verkenning’. In die verkenning zijn verschillende stappen belangrijk. Die stappen hebben we een ‘zeef’ genoemd, omdat na elke ‘zeef’ er minder keuzes overblijven. Zo ‘zeven’ we door tot we de meest kansrijke oplossingen hebben gevonden. Op dit moment zijn we aan het einde van ‘zeef 0’. Zeef 0 is het eerste selectiemoment. Hierna volgen meer momenten: zeef 1 en zeef 2.
Veel ideeën bekeken
Voor de Nedersaksenlijn zijn veel mogelijke oplossingen, wensen en ideeën voorgesteld. Deze kwamen bijvoorbeeld van inwoners, ondernemers, belangenorganisaties, gemeenten, provincies en waterschappen. In zeef 0 zijn de voorstellen op vier punten bekeken. Passen ze bij het onderzoek en de doelen? Zijn ze haalbaar rond 2040? En kunnen ze worden betaald?
Keuzes die niet door de ‘zeef’ zijn gekomen
Een aantal voorstellen valt af. Routes naar bijvoorbeeld Assen, Meppel, Delfzijl en Eemshaven vallen buiten het gebied van de opdracht die ProRail heeft gekregen. Dat geldt ook voor routes naar verschillende plaatsen in Duitsland. Heel dure oplossingen worden niet verder onderzocht. Denk aan lange tunnels of dubbelspoor over de hele route. Dat komt omdat die niet betaalbaar zijn binnen de opdracht.
Verschillende routes blijven in beeld
Er blijven meerdere mogelijkheden over. Deze worden in de volgende stap uitgebreider onderzocht. Experts bekijken samen met gemeenten, provincies en inwoners welke routes en stations mogelijk zijn. Daarbij kijken ze ook naar de dienstregeling, elektrisch rijden en dubbelspoor op delen van de route. Hier wordt ook de belangrijke link gemaakt met wat dat betekent voor de plannen in het gebied. Dan gaat het vooral over scholen, economie, toerisme, wonen, werken en zo verder. Deze volgende stap heet zeef 1. De oplossingen die dán over blijven, worden beschreven in de Notitie Kansrijke Oplossingsrichtingen (NKO). In de zomer van 2027 wordt het concept NKO verwacht. De definitieve beslissing over de Nedersaksenlijn volgt eind 2028.