SUBSIDIEREGELING SOCIAAL CULTUREEL FONDS GEMEENTE HARDENBERG

Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Link naar originele publicatie:
Deze link gaat naar een andere site
Type bekendmaking:
Verordeningen
Publicatiedatum:
30-08-2019



SUBSIDIEREGELING SOCIAAL CULTUREEL FONDS GEMEENTE HARDENBERG

Het college van de burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg;

gelet op de Algemene Subsidieverordening Hardenberg 2018;

BESLUIT:

Vast te stellen de “Subsidieregeling Sociaal Cultureel Fonds gemeente Hardenberg”:

 

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze subsidieregeling wordt verstaan onder:

  • a.

    het Sociaal Cultureel Fonds: het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg ingestelde fonds, waaruit subsidies kunnen worden toegekend voor (actieve) deelname aan, dan wel het bezoeken van activiteiten als toeschouwer en voor het hebben van abonnementen op onder andere telefoon, televisie en internet;

  • b.

    activiteiten: activiteiten van culturele, sociaal culturele, educatieve en/of sportieve aard en/of activiteiten die deelname aan het maatschappelijk verkeer vergroten;

  • c.

    belanghebbende: een inwoner van 21 jaar of ouder van de gemeente Hardenberg die aanspraak maakt op het Sociaal Cultureel Fonds;

  • d.

    college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg;

  • e.

    subsidie: de subsidie bedoeld in artikel 2;

  • f.

    inkomen en vermogen: het inkomen en vermogen bedoeld in artikel 6;

  • g.

    jaar: het kalenderjaar waarin de activiteiten hebben plaatsgevonden, dan wel waarin een belanghebbende abonnement(en) heeft.

Artikel 2 Sociaal Cultureel Fonds Hardenberg

  • 1.

    Er is een Sociaal Cultureel Fonds voor de gemeente Hardenberg.

  • 2.

    Het college kan uit het Sociaal Cultureel Fonds op aanvraag subsidies aan belanghebbende toekennen voor (actieve) deelname aan activiteiten, dan wel het bezoeken van activiteiten als toeschouwer en voor het hebben van abonnementen op telefoon, televisie en internet.

 

Artikel 3 De subsidie

  • 1.

    De subsidie kan worden toegekend aan een belanghebbende die in een jaar actief deelneemt aan één of meerdere activiteiten, dan wel één of meerdere activiteiten bezoekt als toeschouwer, dan wel aan een belanghebbende, die in een jaar een abonnement heeft op onder andere telefoon, televisie en/of internet.

  • 2.

    De subsidie is gelijk aan de kosten van de activiteiten waaraan de belanghebbende gedurende het kalenderjaar deelneemt, dan wel bezoekt al toeschouwer en het hebben van abonnementen op onder andere telefoon, televisie en internet.met een maximum tot de in artikel 6, vierde lid genoemde bedragen.

  • 3.

    Tot de kosten als bedoeld in het tweede lid worden niet gerekend:

    • a.

      kosten waarin is of kan worden voorzien door middel van goede doelen;

    • b.

      kosten van donaties, giften en consumpties.

 

Artikel 4 De aanvraag van een subsidie

  • 1.

    De aanvraag van een subsidie kan worden ingediend zowel voorafgaand aan het moment dat de kosten als bedoeld in artikel 3, lid 2, zich voordoen als nadat de kosten gemaakt zijn.

  • 2.

    De aanvraag moet uiterlijk binnen een maand na het kalenderjaar waarin één of meerdere activiteiten hebben plaatsgevonden, dan wel waarin een belanghebbende een abonnement heeft op onder andere telefoon, televisie en/of internet, worden ingediend bij het college.

  • 3.

    Belanghebbende kan meerdere aanvragen indienen die in totaal niet meer mogen bedragen dan bedragen als bedoeld in artikel 6, lid 4.

  • 4.

    De aanvraag van een subsidie kan worden ingediend door een belanghebbende als bedoeld in artikel 3, eerste lid, of zijn wettelijke vertegenwoordiger.

  • 5.

    Bij de aanvraag dient de aanvrager de volgende gegevens en documenten aan te leveren:

    • a.

      een geldig legitimatiebewijs;

    • b.

      een bewijs van inkomen;

    • c.

      een bewijs van vermogen.

 

Artikel 5 Beslistermijn

  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag van een subsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde termijn kan eenmaal met ten hoogste vier weken worden verdaagd.

  • 3.

    Het besluit tot verdaging wordt voor de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn bekendgemaakt aan de aanvrager.

 

Artikel 6 Algemene uitgangspunten voor het verstrekken van subsidie

  • 1.

    De aanvraag dient te zijn ingediend overeenkomstig het bepaalde in artikel 4.

  • 2.

    De belanghebbende dient woonachtig te zijn in de gemeente Hardenberg en dient als zodanig in de gemeentelijke basisregistratie personen te zijn ingeschreven.

  • 3.

    De belanghebbende is op het moment van de aanvraag 21 jaar of ouder.

  • 4.

    De hoogte van de subsidie wordt gebaseerd op het netto besteedbaar gezinsinkomen van de belanghebbende op de datum van aanvraag. Hiervoor geldt:

    • a.

      bij een netto gezinsinkomen tot 120 procent van de bijstandsnorm ontvangt de belanghebbende een vergoeding van maximaal € 130,-- voor de activiteit(en) als bedoeld in artikel 3, lid 2 waaraan belanghebbende in één kalenderjaar heeft deelgenomen;

    • b.

      bij een netto gezinsinkomen tussen 120 procent en 130 procent van de bijstandsnorm ontvangt de belanghebbende een vergoeding van maximaal € 80,-- voor de activiteit(en) als bedoeld in artikel 3, lid 2 waaraan belanghebbende in één kalenderjaar heeft deelgenomen;

  • 5.

    Indien belanghebbende ten tijde van de aanvraag in een minnelijke- of wettelijke schuldenregeling zit, kan het inkomen van belanghebbende gelijkgesteld worden aan de bijstandsnorm wanneer er binnen het schuldentraject geen mogelijkheid bestaat om te reserveren voor kosten voor activiteiten als bedoeld in artikel 1, punt b.

  • 6.

    Het (gezins)vermogen mag niet hoger zijn dan de voor hem of haar geldende normen op grond van artikel 34, tweede en derde lid Participatiewet. Vermogen in de vorm van een woning wordt buiten beschouwing gelaten. Tevens wordt een apart product waar belanghebbende niet bij kan komen, bedoeld voor begrafeniskosten, buiten beschouwing gelaten.

  • 7.

    Het inkomen van belanghebbende dient in de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag maandelijks gemiddeld niet hoger te zijn dan het inkomen als bedoeld in lid 4, onder b van dit artikel. Verder dient er in drie maanden volgend op de aanvraag geen zicht te zijn op inkomensverbetering.

  • 8.

    Door middel van steekproeven wordt door het college gecontroleerd of de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Nota’s, kwitanties en/of bonnen moeten door de belanghebbende gedurende een periode van 12 maanden nadat de kosten zijn gemaakt bewaard worden. Op verzoek van het college moeten deze overgelegd worden.

 

Artikel 7 Intrekking en terugvordering

  • 1.

    Het college kan besluiten tot intrekking en terugvordering van de subsidie indien:

    • a.

      blijkt dat belanghebbende tijdens de aanvraag gegevens en documenten heeft verstrekt waarvan hij/zij wist dat deze onjuist waren of hoorde te weten dat deze onjuist waren;

    • b.

      er geen bewijsstuk van de gemaakte kosten overgelegd kan worden binnen 12 maanden nadat de kosten gemaakt zijn noch op een andere manier aannemelijk gemaakt kan worden dat de kosten zijn gemaakt.

  • 2.

    Het college besluit niet tot terugvordering voordat de belanghebbende in de gelegenheid is gesteld door hen te worden gehoord.

 

Artikel 8 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze subsidieregeling, indien toepassing van de subsidieregeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 9 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2020.

 

Artikel 10 Overgangsbepaling

Aanvragen op basis van de met ingang van 1 januari ingetrokken Verordening Sociaal Cultureel Fonds gemeente Hardenberg, die betrekking hebben op activiteiten en/of abonnementen in 2019, kunnen tot en met 31 januari 2020 worden ingediend. Burgemeester en wethouders besluiten op deze aanvragen met toepassing van de Verordening Sociaal Cultureel Fonds gemeente Hardenberg.

Artikel 11 Aanhalingstitel

Deze subsidieregeling kan worden aangehaald onder de titel "Subsidieregeling Sociaal Cultureel Fonds gemeente Hardenberg".

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van burgemeester en wethouders van de gemeente Hardenberg d.d. 18 juni 2019

Loco-secretaris, burgemeester,

E.C.B. Hoitink P.H. Snijders

Toelichting

 

Artikel 1 Begripsomschrijving

In dit artikel zijn begripsomschrijvingen opgenomen. Tot uiting komt, dat het bij bijdrage uit het Sociaal Cultureel fonds gaat om subsidies als bedoeld in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht.

Voor het overige behoeft dit artikel geen toelichting.

 

Artikel 2 Sociaal Cultureel Fonds Hardenberg

Dit artikel behoeft geen toelichting.

 

Artikel 3 De subsidie

Lid 1: De aanvrager dient aan te geven voor welke activiteit(en) c.q. abonnement(en) een bijdrage uit het Sociaal Cultureel Fonds wordt gevraagd en wat de kosten hiervan zijn.

Lid 2: De hoogte van de bijdrage is gelijk aan de feitelijke kosten tot maximaal een bedrag zoals genoemd in artikel 6, lid 4.

 

Artikel 4 De aanvraag van een subsidie

Lid 1: De aanvraag kan plaatsvinden zowel voor- als nadat de kosten zijn gemaakt. Dit betekent dat een subsidie kan worden verstrekt aan de belanghebbende wanneer bekend is welke kosten zich voor gaan doen voor de voorgenomen activiteit(en).

Lid 2: De aanvraag over een jaar kan tot maximaal 31 januari van het volgende jaar worden ingediend.

Lid 3: Belanghebbende kan meerdere aanvragen doen indien deze in een kalenderjaar aan meerdere activiteiten deelneemt, danwel bezoekt als toeschouwer en/of abonnementen afsluit op onder andere telefoon, televisie en internet en de kosten hiervoor nog niet volledig bekend zijn bij de eerste aanvraag.

Lid 4: Behoeft geen toelichting.

Lid 5: Van uitkeringsgerechtigden en overige personen waarvan de gegevens van lid drie reeds bekend zijn, behoeven deze gegevens niet opnieuw te worden aangeleverd.

 

Artikel 5 Beslistermijn

In een toekennende of afwijzende beschikking moet worden gewezen op de mogelijkheid om tegen het besluit bezwaar te maken (artikel 3, lid 45 van de Algemene Wet Bestuursrecht).

De hoofdstukken 6 en 7 van de Algemene Wet Bestuursrecht (voor zover deze betrekking hebben op bezwaar) zijn van toepassing op besluiten op grond van deze subsidieregeling.

Tegen een beslissing op een aanvraag kan een bezwaarschrift worden ingediend bij het college.

Het bezwaarschrift moet ingediend worden binnen zes weken nadat de beslissing aan de aanvrager is bekend gemaakt (dus: na de datum van verzending van de beslissing).

Indien een beslissing langer uitblijft dan de termijn bedoeld in artikel 5 kan een aanvrager het college in gebreke stellen. Als het college dan niet alsnog binnen twee weken beslist, verbeurt het college een dwangsom per dag dat het in gebreke is. Verder kan een aanvrager dan rechtstreeks beroep indienen bij de rechtbank.

Het college laat zich ter zake adviseren door de onafhankelijke commissie beroep- en bezwaarschriften.

 

Artikel 6 Voorwaarden voor toekenning van een subsidie

Lid 1, 2 en 3: spreken voor zich.

Lid 4: In dit lid worden inkomensgrenzen aangegeven, waarbinnen een bijdrage uit het fonds kan worden verstrekt. Hierbij zijn de grenzen zo gekozen dat de regeling zich niet beperkt tot personen met een minimum-uitkering. Ook personen met een laag (arbeids-)inkomen behoren tot de doelgroep. Hierdoor treedt het fonds niet remmend op ten opzichte van arbeidsparticipatie. Tevens wordt de basis gelegd voor individuele toetsing en is er sprake van een staffeling.

Lid 5: Het kan voorkomen dat belanghebbende ten tijde van de aanvraag in de WSNP of MSNP zit. Om te bepalen of belanghebbende recht heeft op een bijdrage uit het Sociaal Cultureel Fonds, wordt gekeken of er binnen het bestaande schuldentraject gereserveerd kan worden voor kosten voor activiteiten waar het Sociaal Cultureel Fonds in voorziet. Indien men geen mogelijkheid heeft om hiervoor te reserveren, kan het inkomen van belanghebbende gelijkgesteld worden aan de bijstandsnorm.

Lid 6: In dit lid worden vermogensgrenzen aangegeven. De in de Participatiewet geldende maximale bedragen zijn onverminderd van toepassing op het Sociaal Cultureel Fonds.

Er zijn echter twee belangrijke uitzonderingen op deze regel. De eerste uitzondering is het vermogen in een eigen (door aanvrager bewoonde) woning. Deze wordt volledig buiten beschouwing gelaten. Deze uitzondering is gemaakt om het Sociaal Cultureel Fonds ook toegankelijk te maken voor mensen die een uitkering in het kader van de loaw en loaz ontvangen. Het is ook zeer wel mogelijk dat er sprake is van vermogen in een eigen woning, maar een zeer moeilijke inkomenspositie (komt vaak voor bij oudere WAO'ers). Deze groep kan door het buiten beschouwing laten van het vermogen in de woning ook een bijdrage ontvangen om een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken. De tweede uitzondering is een product voor begrafeniskosten, dit kan bijvoorbeeld een spaarrekening of polis zijn. Deze wordt buiten beschouwing gelaten wanneer er sprake is van een apart product waar belanghebbende niet bij kan komen.

Lid 7: Dit artikel is bedoeld ter voorkoming van aanvragen van personen die door bijvoorbeeld seizoensarbeid gedurende een te verwachten korte periode een inkomen op het minimumniveau zullen ontvangen. Zoals duidelijk in het artikel is aangegeven is de beoordeling van deze gegevens overgelaten aan het college. Deze controle gebeurt wanneer er een sterk vermoeden is van oneigenlijk gebruik van het fonds. Ook is dit artikel bedoeld om een beoordeling te kunnen doen van de aanvragen van personen met wisselende inkomsten. Gedurende drie maanden kan het gemiddelde van deze inkomsten worden berekend.

De regels aangaande de verwachting dat de inkomenspositie in de komende drie maanden niet aanmerkelijk mag verbeteren zijn ook slechts van toepassing op die personen waarvan op het moment van aanvraag duidelijk is dat zij op korte termijn een inkomen zullen ontvangen welke aanmerkelijk hoger is dan de gestelde inkomensgrenzen.

Lid 8: Dit lid is opgenomen zodat de belanghebbende bij de aanvraag al over het bedrag kan beschikken dat deze nodig heeft voor de voorgenomen activiteit. De verantwoordelijkheid over de besteding van dit bedrag leggen we bij de inwoner zelf neer. Naderhand zal middels steekproeven gecontroleerd worden of het uitbetaalde bedrag is betaald aan een activiteit waarvoor deze subsidieregeling is bedoeld.

 

Artikel 7 Intrekken en terugvorderen

In dit artikel worden de voorwaarden gesteld waaronder het college kan besluiten over te gaan tot intrekking en terugvordering van een verstrekte bijdrage.

 

Artikel 8 Hardheidsclausule

Dit artikel bepaalt dat het college in bijzonder gevallen ten gunste van de aanvrager kan afwijken van de bepalingen van deze subsidieregeling. Met nadruk is gemeld: in bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering en niet als een regel. Het college moet in verband met precedentwerking dan ook duidelijk aangeven waarom in een bepaalde situatie van de subsidieregeling wordt afgeweken.

 

Artikel 9 Inwerkingtreding

In dit artikel wordt geregeld dat de nieuwe Subsidieregeling Sociaal Cultureel Fonds ingaande 1 januari 2020 in werking treedt en dat op die datum de Verordening Sociaal Cultureel Fonds gemeente Hardenberg wordt ingetrokken.

 

Artikel 9 Overgangsregeling

In dit artikel wordt bepaald dat inwoners op basis van de met ingang van 1 januari 2020 ingetrokken Verordening Sociaal Cultureel Fonds gemeente Hardenberg nog aanvragen kunnen doen tot 31 januari 2020 voor in 2019 gemaakte kosten die op grond van die verordening in aanmerking kwamen voor subsidie. Hiermee wordt een benadeling van inwoners voorkomen die er op basis van de oude verordening vanuit gingen dat zij een aanvraag konden indienen tot 31 januari 2020 voorkomen.

 

Artikel 11 Aanhalingstitel

De subsidieregeling zal bekend zijn onder de naam “Subsidieregeling Sociaal Cultureel Fonds gemeente Hardenberg".