Controle Verordening 2017 gemeente Hardenberg

Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Link naar originele publicatie:
Deze link gaat naar een andere site
Type bekendmaking:
Verordeningen
Publicatiedatum:
14-11-2017





Controle Verordening 2017 gemeente Hardenberg

 

De raad van de gemeente Hardenberg;

 

gelezen het voorstel van het College van Burgemeester en Wethouders van 3 oktober 2017;

 

gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;

 

Besluit:

 

vast te stellen de:

 

Controle Verordening 2017 gemeente Hardenberg

 

Artikel 1. Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

 

  • a.

    accountant

    een door de Raad benoemde

    • accountant met een aantekening in het inschrijvingsregister als bedoeld in artikel 36, Wet op het Accountantsberoep of

    • organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde accountants samenwerken,

    belast met de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening.

     

  • b.

    accountantscontrole:

    de controle van de in artikel 197 Gemeentewet bedoelde jaarrekening uitgevoerd door de, door de Raad benoemde accountant van:

    • het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde baten en lasten en de grootte en samenstelling van het vermogen;

    • het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en balansmutaties;

    • het in overeenstemming zijn van de door het College opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels bedoeld in artikel 186 Gemeentewet;

    • de inrichting van het financieel beheer en de financiële organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en rechtmatige verantwoording mogelijk maken;

    waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden gesteld op grond van het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet, in acht worden genomen.

     

  • c.

    rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole:

    het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole decentrale overheden;

Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole

  • 1.

    De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de Raad te benoemen accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode van maximaal 4 jaar.

  • 2.

    De griffier bereidt in overleg met de meest geëigende raadscommissie de aanbesteding van de accountantscontrole voor. Het College adviseert en ondersteunt hierbij.

  • 3.

    De opdrachtverstrekking vindt conform art. 171 van de gemeentewet plaats door het College.

  • 4.

    De Raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:

    • a)

      de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende rapporteringstoleranties) bij de controle van de jaarrekening;

    • b)

      de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;

    • c)

      de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles;

    • d)

      de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse rapportering;

  • 5.

    de Raad neemt in het programma van eisen voorafgaand aan de accountantscontrole in overleg met de accountant op de posten van de jaarrekening, de posten van de deelverantwoordingen, de gemeentelijke producten en de gemeentelijke organisatieonderdelen vaststelt, waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te besteden en welke rapporteringstoleranties hij daarbij dient te hanteren.

  • 6.

    In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de Raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per selectiecriterium de bijbehorende weging vast.

Artikel 3. Informatieverstrekking door het College

  • 1.

    Het College is verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening conform de geldende interne - en externe wet- en regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle.

  • 2.

    Het College draagt er zorg voor, dat alle aan de jaarrekening ten grondslag liggende verordeningen, nota's collegebesluiten, deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten, berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed toegankelijk zijn.

  • 3.

    Bij de jaarrekening bevestigt het College schriftelijk aan de accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de oordeelsvorming van de accountant is verstrekt.

  • 4.

    Het College overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de controleverklaring en het verslag van bevindingen voor uiterlijk 1 juni volgedn op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan de Raad.

  • 5.

    Alle informatie die na afgifte van de controleverklaring en voor behandeling van de jaarrekening in de Raad beschikbaar komt en die van invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door het College aan de Raad en de accountant gemeld.

Artikel 4. Inrichting accountantscontrole

  • 1.

    De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze, waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.

  • 2.

    De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.

  • 3.

    Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole vindt periodiek overleg plaats tussen de accountant en (een vertegenwoordiging uit) de Raad, (een vertegenwoordiger van) de rekeningcommissie, de portefeuillehouder Financiën, de gemeentesecretaris, de concerncontroller (uitvoeringsorganisatie) en hoofd Dienstverlening (uitvoeringsorganisatie).

Artikel 5. Toegang tot informatie

  • 1.

    De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven, computerbestanden en overige bescheiden waarvan hij inzage voor de accountantscontrole nodig oordeelt. Het College draagt er zorg voor dat de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen, terreinen en informatiedragers van de gemeente.

  • 2.

    De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren van de uitvoeringsorganisatie mondelinge en schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het College draagt er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren van de uitvoeringsorganisatie hieraan hun medewerking verlenen.

  • 3.

    Het College draagt er zorg voor, dat alle organisatie-eenheden van de uitvoeringsorganisatie zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken, opdat de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over de rechtmatige totstandkoming van baten, lasten en balansmutaties en het gevoerde beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte informatie.

Artikel 6. Overige controles en opdrachten

  • 1.

    Het College kan de door de Raad benoemde accountant opdracht geven tot het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Het College informeert de Raad vooraf over deze aan de accountant te verstrekken opdrachten.

  • 2.

    Het College draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende de specifieke uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de ministeries. Het College is voor de controle van de rechtmatige besteding van specifieke uitkeringen bevoegd de opdracht te verlenen aan een andere dan de door de Raad benoemde accountant, indien dit in het belang van de gemeente is.

  • 3.

    Het College draagt de zorg voor de verantwoording aan derden (Belastingdienst, ABP, Sociale verzekeringsbank, CBS, e.d.) en neemt hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze vereisetn moet worden uitgevoerd door een accountant, is het College bevoegd hiervoor de opdracht verlenen aan een andere dan de door de Raad benoemde accountant, indien dit in het belang van de gemeente is.

Artikel 7. Rapportering

  • 1.

    Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze terstond schriftelijk aan de Raad en zendt een afschrift hiervan aan het College.

  • 2.

    In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles verslag uit over zijn bevindingen van niet van bestuurlijk belang aan de ambtenaar van de uitvoeringsorganisatie van wie het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de administratie en de beheersdaden zijn gecontroleerd, de manager van de afdeling van de uitvoeringsorganisatie waar de ambtenaar van de uitvoeringsorganisatie werkzaam is, de concerncontroller van de uitvoeringsorganisatie dan wel andere daarvoor in aanmerking komende ambtenaren van de uitvoeringsorganisatie.

  • 3.

    De controleverklaring en het verslag van bevindingen worden voor verzending aan de Raad door de accountant aan het College voorgelegd met de mogelijkheid voor het College om op deze stukken te reageren.

  • 4.

    De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de jaarstukken het verslag van bevindingen met de daartoe door de Raad aangewezen raadscommissie.

Artikel 8. Intrekking

De Controleverordening gemeente Hardenberg met ingangsdatum 26 januari 2005 (vastgesteld op 24 juni 2004) wordt ingetrokken.

Artikel 9. Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2017, met dien verstande dat zij van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening (en deelverantwoordingen) van het verslagjaar 2017 en later.

Artikel 10. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als "Controle Verordening 2017 gemeente Hardenberg”.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg d.d. d.d. 31 oktober 2017.

De raad voornoemd,

De wnd. griffier, De voorzitter

A.B.H. Hoving, P.H. Snijders

TOELICHTING BIJ DE CONTROLEVERORDENING 2017

 

ALGEMENE TOELICHTING

Er is een aantal keuzemogelijkheden in de verordening opgenomen, c.q. afwijkingen van de modelverordening. Waar dit aan de orde is, is dit in de toelichting met een asterisk (*) aangegeven en springt de tekst in.

 

ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING

 

Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole

Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het College verantwoording afleggen aan de Raad over het gevoerde bestuur door overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag (artikel 197, lid 1 Gemeentewet). Voor het overleggen van deze stukken aan de Raad moet de jaarrekening door een bevoegd accountant zijn gecontroleerd (artikel 197, lid 2 Gemeentewet). De accountant controleert de jaarrekening in opdracht van de Raad. Het is dan ook de Raad, die de accountant aanwijst (artikel 213, lid 2 Gemeentewet). De Raad is echter niet het bestuursorgaan, dat de overeenkomst met de accountant ondertekent. Het is de burgemeester, die de overeenkomst voor de accountantscontrole met de accountant moet sluiten. De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte, luidt het eerste lid van artikel 171 Gemeentewet.

Een bevoegd accountant voor de controle van de gemeentelijke jaarrekening is een accountant, met een aantekening in het inschrijvingsregister als bedoeld in artikel 36 Wet op het Accountantsberoep. Het zevende lid van artikel 213 Gemeentewet zegt, dat de bevoegde accountant in gemeentelijke dienst kan worden aangesteld. Wel dient dan de benoeming, schorsing en het ontslag van de accountant door de Raad te geschieden.

Artikel 2 van de verordening regelt de opdrachtverlening van de accountantscontrole van de gemeentelijke jaarrekening. Het eerste lid legt de periode van de verbintenis met de accountant voor de controle van de jaarrekening vast. Het tweede lid regelt dat de griffier/auditcommissie verantwoordelijk is voor de uitvoering van de aanbesteding van de accountantscontrole van de jaarrekening. De periode van de verbintenis met de accountant uit het eerste lid impliceert niet dat daarna van accountant wordt gewisseld. De accountant maakt bij de nieuwe aanbesteding wederom kans op de opdracht. Een Raad die per periode wil wisselen van controlerend accountant zal hierbij met de aanbesteding rekening moeten houden, door de controlerend accountant van de afgelopen periode uit te sluiten.

* In de voorliggende verordening wordt uitgegaan van een contractsduur van maximaal 4 jaar. Enige continuïteit in de relatie met een accountant is wenselijk. Het voortdurend wisselen van accountant kost zowel de organisatie als de accountant veel tijd om een efficiënte uitvoering van werkzaamheden te realiseren.

Voor de accountantscontrole geldt het Besluit accountantscontrole gemeenten dat krachtens het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet door de minister is vastgesteld. Het Besluit accountantscontrole gemeenten bevat onder andere regels voor de omvangsbases en goedkeuringstoleranties voor de controleverklaring en de rapporteringstoleranties voor het verslag van bevindingen.

Een goedkeuringstolerantie is een tolerantie voor fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle in de vorm van een percentage van de totale lasten van de gemeente (de omvangsbasis). De goedkeuringstoleranties worden door de accountant gehanteerd ten behoeve van zijn oordeelsvorming over de jaarrekening. In het Besluit accountantscontrole gemeenten worden maximale percentages voor de goedkeuringstolerantie gegeven (1% voor fouten in posten van de jaarrekening en eventuele door de Raad aan te wijzen deelverantwoordingen en 3% voor onzekerheden in de controle). De goedkeuringstoleranties kunnen door de Raad lager worden vastgesteld.

Een rapporteringstolerantie is het bedrag dat voortvloeit uit een goedkeuringstolerantie en dient als tolerantie voor rapportage in het verslag van bevindingen. Rapporteringstoleranties kunnen door de Raad lager worden gesteld dan de uit de goedkeuringstoleranties voortvloeiende bedragen.

In het derde lid van artikel 2 wordt invulling gegeven aan het gebruik van de mogelijkheden van de Raad met betrekking tot de nadere bepaling van de toleranties. Ze moeten al bij de aanbesteding van de accountantscontrole worden bepaald en zodoende worden opgenomen in het programma van eisen. Een aanscherping van de eisen door de Raad zal in veel gevallen leiden tot een hogere prijsstelling door de accountant(s).

Mogelijk zal de Raad de onderdelen van de jaarrekening, de onderdelen van deelverantwoordingen en gemeentelijke organisatieonderdelen jaar op jaar willen vaststellen. Dit daar de Raad dan rekening kan houden met gewijzigde politieke omstandigheden. Hierin voorziet het vierde lid van artikel 2. Het is raadzaam om ook hierover bepalingen in het programma van eisen bij de aanbesteding en opdrachtverlening op te nemen.

 

Artikel 3. Informatieverstrekking door College

In de gedualiseerde verhoudingen is het College verantwoordelijk voor de samenstelling van de jaarrekening en het jaarverslag. Ten opzichte van de Raad is het College ook verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele door de Raad geëiste deelverantwoordingen. Artikel 3 van de verordening regelt de verplichtingen van het College voor de verstrekking van de achterliggende informatie aan de accountant.

Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de achterliggende bescheiden. Het tweede lid draagt aan het College op deze achterliggende bescheiden goed toegankelijk ter inzage aan de accountant beschikbaar te stellen.

Het derde lid is een optioneel lid. Het verplicht het College een verklaring af te geven aan de accountant, waarin het College verklaart geen informatie die van belang is voor de beoordeling van de jaarrekening, te hebben achtergehouden. De verklaring wordt ook wel een LOR (Letter Of Representation) genoemd. Hoewel het een algemeen gebruik is, is het geen wettelijke verplichting, dat het College een dergelijke verklaring verstrekt. Het afgeven van een verklaring als bedoeld in het derde lid is gebruik in de gemeente Dronten. .

In het vierde lid wordt een uiterlijke datum aan het College gesteld voor de overlegging van de gecontroleerde jaarrekening aan de Raad. De jaarrekening moet namelijk binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval voor 15 juli worden toegezonden aan gedeputeerde staten (artikel 200 Gemeentewet). Voor deze datum, 1 juli, moet de jaarrekening door de Raad zijn behandeld en moet een eventuele erop volgende indemniteitsprocedure (artikel 198 Gemeentewet) zijn doorlopen en de jaarrekening wel of niet zijn vastgesteld.

* Conform de betreffende bepaling is hier de datum 15 mei volgend op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft genoemd.

De accountant verzendt de controleverklaring en het verslag van bevindingen rechtstreeks aan de Raad. Het tweede lid van artikel 197 Gemeentewet bepaalt echter, dat het College bij de overlegging van de jaarrekening en het jaarverslag aan de Raad daarbij moet toevoegen de controleverklaring en het verslag van bevindingen.

Het vijfde lid van het artikel gebiedt het College alle informatie die van invloed is op het beeld van de jaarrekening en pas na de afgifte van de controleverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door de Raad aan het College bekend is geworden, terstond te melden aan de Raad en de accountant. Het sluit verrassingen tijdens de raadsbehandeling uit.

 

Artikel 4. Uitvoering controle

Artikel 4 van de verordening regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de accountant en het College ten aanzien van de inrichting van de accountantscontrole. De accountant is leidend ten aanzien van de inrichting van de accountantscontrole. Hij mag zelfs onaangekondigd controles uitvoeren. Het College is hierin volgend. Wel moet er ter bevordering van een soepele accountantscontrole periodiek overleg worden gevoerd tussen de accountant en de verschillende vertegenwoordigers van de gemeente. Ook is uitwisseling van informatie gewenst over specifieke aandachtsgebieden bij de accountantscontrole.

Het voorstel is om in elk geval twee overlegmomenten te plannen: begin januari op basis van artikel 2, lid 4 om de controle voor te bereiden en in mei om te komen tot een goede advisering aan de Raad door de auditcommissie over de jaarrekening. (artikel 4 lid 3)

 

Artikel 5. Toegang tot informatie

In het vorige artikel hebben we gezien dat de accountant leidend is voor wat betreft de inrichting van de accountantscontrole. Om een goede controle uit te voeren moet hij echter ook onbelemmerd onderzoek kunnen doen. Artikel 5 van de verordening kent de bevoegdheid om onbelemmerd onderzoek te doen toe aan de accountant. Dit natuurlijk met in achtneming van de afspraken met de Raad, zoals neergelegd in het programma van eisen bij de aanbesteding. Het artikel legt aan het College de plicht op om er voor te zorgen, dat de accountant een onbelemmerde toegang heeft tot alle burelen van de gemeente en de ambtenaren van de gemeente volledig meewerken aan de accountantscontrole.

 

Artikel 6. Overige controles en opdrachten

Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen de gemeente die de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. Zo eisen ministeries voor de verantwoording over de uitvoering van de medebewindstaken door gemeenten (specifieke uitkeringen) vaak een aparte controleverklaring. De aanwijzing van de accountant voor onder andere dit soort accountantscontroles is een bevoegdheid van het College. Ook kan het College besluiten om advieswerkzaamheden uit te besteden aan de door de Raad benoemde accountant. Het betreft hier vanzelfsprekend advieswerkzaamheden die samenhangen met de natuurlijke adviesfunctie van de accountant die de onafhankelijkheid van de accountant niet in gevaar brengen.

Het eerste lid van artikel 6 van de verordening regelt hoe het College moet omgaan met de uitbesteding van "advieswerkzaamheden" zoals de verbetering van de administratieve organisatie, aan de door de Raad benoemde accountant. Door deze werkzaamheden te gunnen aan de door de Raad benoemde accountant kan de onafhankelijkheid en daarmee de integriteit van de accountant ten aanzien van zijn controlewerkzaamheden voor de Raad in het geding komen. Op de loer liggende belangenverstrengeling tussen College en accountant kan mogelijk een weerslag hebben op de kwaliteit van de controle van de jaarrekening. Hetzelfde geldt voor die gevallen waarbij de accountant bij de accountantscontrole zijn eigen werk moet controleren. Het lid bepaalt, dat het College voor advieswerkzaamheden, zoals bijvoorbeeld op het gebied van de bestuurlijke informatieverzorging of de rechtmatigheid, de door de Raad benoemde accountant kan inschakelen. Indien het College dit voornemen heeft, dient hij de Raad hier vooraf over te informeren. Dit biedt de Raad de mogelijkheid om over de desbetreffende uitbesteding van werkzaamheden zijn oordeel te vormen en zijn bedenkingen aan het College kenbaar te maken. Overigens zijn de accountantswetgeving op het gebied van dit soort advieswerkzaamheden de afgelopen jaren aangescherpt.

Het tweede en het derde lid regelen, dat het College voor de overige controlewerkzaamheden in het algemeen de door de Raad benoemde accountant inschakelt. Het College mag hiervan afwijken indien dit in het belang van de gemeente is. De accountant die de jaarrekening controleert, is vaak beter bekend met de gemeentelijke administraties. Daarbij kunnen controles van de jaarrekening en controles van medebewindstaken tegelijkertijd door één accountant worden uitgevoerd (single audit). Dit levert een aanzienlijke besparing op. In bepaalde gevallen is inschakeling van een andere accountant raadzaam en soms zelfs onoverkomelijk. De reden hiervoor kan van prijstechnische aard zijn, maar ook van bijvoorbeeld organisatorische aard (zo kunnen de controlewerkzaamheden gemeenschappelijke activiteiten met een andere gemeente betreffen en de accountantscontrole hiervan door de accountant van de andere gemeente worden uitgevoerd). De verordening regelt dat het College in deze gevallen vrij is in de keuze van de accountant.

 

Artikel 7. Rapportering

Het derde en vierde lid van artikel 213 Gemeentewet regelt de rapportering en de inhoud daarvan van de accountant aan de Raad en het College. Aanvullend daarop kan de Raad in zijn programma van eisen bij de aanbesteding aanvullende inhoudelijke eisen stellen, maar ook aanvullende rapporteringen van de accountant verlangen (artikel 2, lid 3, letters c & e van deze verordening). Artikel 7 regelt aanvullende zaken aangaande de rapportering op grond van de door de accountant uitgevoerde controles. Zaken die dan natuurlijk wel in het programma van eisen bij de aanbesteding moeten worden geregeld.

Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening verricht de accountant meestal meerdere controles. Dit kunnen door de Raad in het programma van eisen van de aanbesteding opgenomen tussentijdse controles (interim-controles) zijn. Het eerste lid van artikel 7 regelt, dat het College in elk geval bij geconstateerde afwijkingen door de accountant die leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening, een afschrift krijgt van de schriftelijke mededeling hierover aan de Raad. Dit opdat het College (in overleg met de Raad en de accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kan treffen.

Het tweede lid van artikel 7 regelt, dat het management een rapportage krijgt van de door de accountant uitgevoerde (deel)controles. In deze rapportage worden kleine afwijkingen en tekortkomingen die niet leiden tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring en niet van bestuurlijk belang zijn, aan het management meegedeeld. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld opmerkingen over (kleine) rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de administratieve organisatie, welke eenvoudig in onderling overleg met het management van de gemeente kunnen worden opgelost. Het management kan op grond van de rapportage actie ondernemen voor herstel van de afwijkingen en onvolkomenheden.

Voorts is in het artikel een lid opgenomen voor de procedure van hoor en wederhoor. De constateringen in het verslag van bevindingen worden voorafgaand aan verzending van de controleverklaring en het verslag van bevindingen aan de Raad door de accountant besproken met het College. Het geeft het College de mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de constateringen in het (concept-)verslag van bevindingen.

Tot slot in het vierde lid van dit artikel opgenomen, dat de accountant zijn verslag van bevindingen aan de Raad mondeling toelicht. Voorgesteld wordt om deze toelichting te geven aan de auditcommissie, die ook adviseert over de jaarrekening. Desgewenst kan de accountant daarna ook een toelichting geven in de Raad.

 

Artikel 8. Intrekking

Deze verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 213 Gemeentewet opgestelde Controleverordening 2004.

 

Artikel 10. Citeertitel

In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze verordening kan worden verwezen.