Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2017

Originele publicatie downloaden:
Download het PDF bestand
Link naar originele publicatie:
Deze link gaat naar een andere site
Type bekendmaking:
Verordeningen
Publicatiedatum:
22-12-2016





Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2017

 

 

De raad van de gemeente Hardenberg;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 29 november 2016, nr. 2032961

 

gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;

 

 

Besluit:

 

vast te stellen de:

 

Verordening op de heffing en invordering van de afvalstoffenheffing 2017

 

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15:33 Wet milieubeheer;

  • 2.

    G.F.T.-afval: groente-, fruit- en tuinafval;

  • 3.

    Restafval: huishoudelijk afval niet zijnde G.F.T.-afval;

  • 4.

    Minicontainer: de vanwege de gemeente uitgezette ophaalbakken, waaronder city-bins, onderverdeeld in verschillende volumina;

  • 5.

    Verzamelcontainer: de vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainers, die kunnen worden ontsloten door middel van chipkaarten;

  • 6.

    Grof huishoudelijk afval: huishoudelijke afvalstoffen die met enige regelmaat in een huishouden vrij komen, doch die te groot en/of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de verzameldienst te worden aangeboden;

  • 7.

    Grof tuinafval: tuinafval dat met enige regelmaat in een huishouden vrij komt, doch te groot en/of te zwaar is om op dezelfde wijze als G.F.T.-afval aan de verzameldienst te worden aangeboden;

Artikel 2 Aard van de belasting en belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam "afvalstoffenheffing" wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.

  • 2.

    De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en in de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven terzake van het gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 3 Belastingplicht

De belasting wordt geheven van degene, die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt.

Artikel 4 Maatstaf van heffing en tarief

De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

Artikel 5 Belastingjaar

Met betrekking tot de belasting die per jaar geheven wordt, is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 6 Wijze van heffen

  • 1.

    De belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag waarop de verschuldigde belasting is vermeld.

  • 2.

    De gevorderde bedragen als bedoeld in hoofdstuk 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel worden geheven middels een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het verschuldigd bedrag is vermeld.

  • 3.

    Per belastbaar feit kan afzonderlijk worden geheven.

Artikel 7 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

  • 1.

    De belasting, als bedoeld in hoofdstuk 2.1 van de tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

  • 2.

    De belasting, als bedoeld in hoofdstuk 2.2 en 2.3 van de tarieventabel, is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, zo dit eerder is, na beëindiging van de belastingplicht.

  • 3.

    Het gevorderde bedrag, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel, is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.

  • 4.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting als bedoeld in onderdeel 2.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 5.

    Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als bedoeld in onderdeel 2.1 van de tarieventabel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

  • 6.

    Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.

Artikel 8 Termijnen van betaling.

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor aanslagen die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen , of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,-- doch minder dan € 2.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke van de volgende termijnen telkens een maand later, met dien verstande dat, indien na de kalendermaand, waarin de aanslagen worden opgelegd, minder dan tien kalendermaanden in het belastingjaar overblijven, de aanslagen moeten worden betaald in zoveel bedoelde termijnen al er nog kalendermaanden in het jaar overblijven, met een minimum van vier.

  • 3.

    In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, voor aanslagen die worden opgelegd na afloop van het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 100,-- doch minder dan € 2.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 4.

    In afwijking van het voorgaande moet het gevorderde bedrag, als bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel behorende bij deze verordening, tegen contante betaling worden voldaan op het moment van de uitreiking van de kennisgeving zoals bedoeld in artikel 6 van deze verordening.

  • 5.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Artikel 9 Kwijtschelding
  • 1.

    Voor de belasting als bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel kan kwijtschelding worden verleend.

  • 2.

    Voor het gevorderde bedrag als bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De verordening afvalstoffenheffing 2016 van 1 december 2015, met documentnummer 1505335, wordt ingetrokken met ingang van in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande, dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2017.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening afvalstoffenheffing 2017".

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hardenberg d.d. 13 december 2016.

 

De raad voornoemd,

 

De voorzitter, De griffier,

 

P.H. Snijders F.G.S. Droste

 

TARIEVENTABEL

 

Tarieventabel, behorende bij de Verordening op de heffing

 

en invordering van afvalstoffenheffing 2017.

 

 

 

 

Hoofdstuk 1: Algemeen

 

De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting

 

indien deze verschuldigd zijn.

 

 

 

 

Hoofdstuk 2: Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing

 

2.1

De belasting bedraagt per perceel per jaar

€ 155,00

2.1.1

in afwijking van het bepaalde in onderdeel 2.1, bedraagt de

 

 

belasting voor percelen waar op grond van artikel 3, derde lid

 

 

en letter a en b van de vigerende afvalstoffenverordening

 

 

Hardenberg groente-, fruit-, en tuinafval niet afzonderlijk

 

 

wordt ingezameld, per perceel per jaar

€ 137,00

 

 

 

2.2

Onverminderd het bepaalde in 2.1 en 2.1.1 bedraagt de

 

 

belasting per aanbieding van een mini-container of een

 

 

city-bin grijs (t.b.v. rest-afval) bij een containervolume van:

 

2.2.1

240 liter

€ 9,21

2.2.2

140 liter

€ 5,63

2.2.3

80 liter

€ 3,45

2.2.4

40 liter

€ 2,10

 

 

 

2.3

Onverminderd het bepaalde in 2.1 bedraagt de belasting

 

 

voor het aanbieden van afval bij een verzamelcontainer tot:

 

2.3.1

Maximaal 40 liter rest-afval

€ 1,19

 

 

 

Hoofdstuk 3: Grof huishoudelijk afval

 

3.1

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2 bedraagt

 

 

het gevorderde bedrag voor het op aanvraag

 

 

inzamelen van grof huishoudelijk afval:

 

3.1.2

tot 1 m³

€ 23,57

3.1.3

voor elke m³ boven de 1 m³

€ 36,18

 

 

 

3.2

Onverminderd het bepaalde in hoofdstuk 2 bedraagt

 

 

het gevorderde bedrag voor het op aanvraag

 

 

inzamelen van grof tuinafval:

 

3.2.1

tot 1 m³

€ 15,35

3.2.2

voor elke m³ boven de 1 m³

€ 11,52

 

 

 

Gewaarmerkt door de griffier van de gemeente Hardenberg,

 

als behorende bij het raadsbesluit van 13 december 2016

 

 

 

 

De griffier van de gemeente Hardenberg,

 

 

 

F.G.S. Droste