Historie Hardenberg

Wanneer we in vogelvlucht de historie van Hardenberg willen beschrijven, moeten we ver voor de jaartelling beginnen. Vele vondsten geven aan dat dit gebied al in de Hunebeddentijd bewoond werd, of als jachtgebied werd gebruikt.

In Radewijk bijvoorbeeld zijn zeer unieke gebruiksvoorwerpen aan de oppervlakte gekomen, een enkele zelfs daterend uit 4800 tot 4300 jaar voor Christus, een zgn. ‘Rössener Breitkeile’. In Mariënberg werd door de familie Timmerman een voor Europa unieke ontdekking gedaan. Op hun akker aan de Hardenbergerweg vonden ze grondsporen uit het Mesolithicum, de middensteentijd. Uit de late Bronstijd dateert het eveneens aldaar aangetroffen grafveld. Ook op vele andere plekken in het stroomgebied van de Vecht werden vuurstenen bijlen, schrapers, kommen en ander aardewerk gevonden. Andere vindplaatsen waren er nabij de Groote Scheere, op de Baalderesch en in het centrum van de stad Hardenberg.

Ontstaansgeschiedenis
Over het ontstaan van Hardenberg is helaas weinig bekend. Sommige geschiedschrijvers gaan terug tot aan het begin van onze jaartelling, naar de tijd van de Romeinen. Zij vochten tegen de Germanen en probeerden het gebied in onze regio te veroveren. Om de Viderus (rivier de Vecht) te kunnen beheersen, zouden zij nabij de plaats die we nu Hardenberg noemen, een nederzetting gesticht hebben. Aangezien betrouwbare bronnen ontbreken, laten we het hier voor een veronderstelling. Het is bekend dat de Romeinen wel uitvallen in het noorden uitvoerden, maar hun basis niet boven de grote rivieren hadden. 

Wel is het een feit dat alhier in de achtste eeuw al een nederzetting, Nijenstede genaamd, bestond. Omstreeks het jaar 760 na Christus liet de Frankische hofmeester Pipijn III te Nijenstede een kapel bouwen. Deze kapel is meerdere malen verbouwd totdat ze wegens bouwvalligheid in 1653 moest worden afgebroken. De exacte situering van het kapelletje moet gezocht worden op het huidige kerkhof aan de Stationsstraat in Hardenberg.

De bisschoppen van Utrecht – die wereldlijke en kerkelijke macht bezaten – hielden zich meermaals op in Overijssel. Zo ook in 1227 toen bisschop Otto van der Lippe optrok tegen zijn grote vijand, de Heer van Coevorden. In deze strijd, bekend als de Slag bij Ane, liet hij het leven. Vermaarde ridders als de graaf van Gelre en Gijsbrecht van Aemstel werden gevangen genomen. Vele anderen stierven een gruwelijke dood in de moerassen van de Mommeryte.

De opvolger van de gesneuvelde bisschop, Willebrand van Oldenburg liet nog in hetzelfde jaar, met behulp van de inwoners van Zwolle, een sterk kasteel bouwen ten westen van Nijenstede, dat inmiddels voorzien was van stadsrechten. Dit maakte hem tot de stichter van het latere Hardenberg. Uit dankbaarheid voor de hulp verleende de bisschop stadsrechten aan Zwolle. Ruim honderd jaar later - na de uitvinding van het buskruit - liet bisschop Johan van Arkel het kasteel herbouwen en ommuren op de oude grondvesten. Hij liet een gracht graven en voorzag het slot van torens, blokhuizen en bolwerken. Hierdoor begon het kasteel Hardenberg op een stadje te lijken en gingen de burgers van Nijenstede binnen de kasteelmuren wonen.

Stadsrechten
Op de zondag na de heilige Lambertusdag in 1362 gaf bisschop Johan van Arkel in Zwolle een brief af waarin hij de stadsrechten van Nijenstede verlegde naar Hardenberg. De giftbrief wordt nog altijd bewaard in het archief van de gemeente Hardenberg. Onder meer werd hierin bepaald dat de burgers van het nieuwe Hardenberg hun doden moeten blijven begraven bij de kapel van de voormalige stad Nijenstede, met andere woorden, op het kerkhof aan de Stationsstraat.

Een volgende bisschop, Florentius van Wevelinkhoven, vertoefde veel op het kasteel Hardenberg. In 1386 versterkte hij de vesting en sierde het prachtig op. Hij liet ook de stad met een nieuwe stenen muur omringen. De bisschop spaarde kosten nog moeiten om Hardenberg tot een van de belangrijke vestingwerken in het Oversticht te maken. Nimmer werd Hardenberg veroverd. Op het kasteel zijn vele gewichtige gebeurtenissen voltrokken. In het jaar 1393 bijvoorbeeld, werd er de vrede getekend tussen de bisschop en heer Everhard van Ulft. Op Goede Vrijdag, 4 april van datzelfde jaar, stierf de bisschop op zijn kasteel te Hardenberg. Met de wereldlijke macht van de bisschoppen is het omstreeks 1500 langzamerhand gedaan. Bisschop Filips van Bourgondië, een zoon van de bekende Filips de Goede, gaf in 1518 zelfs opdracht om het kasteel Hardenberg te ontmantelen.

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog vond in de nabijheid van Hardenberg een grote veldslag plaats dat de annalen in ging als de Slag op de Hardenbergerheide. Op 17 juni 1580 vond het treffen plaats tussen de Spanjaarden onder leiding van de graaf van Renneberg, en de Staatsen onder Van Hohenlohe. Het Staatse leger verloor en moeilijke jaren volgden. Pas jaren later keerde de rust weer doordat de Spanjaarden definitief door prins Maurits uit deze regio verjaagd werden.

De grote brand van 8 mei 1708
Hardenberg is tot tweemaal toe door brand verwoest. Eerst in 1497 toen het stadje totaal in as gelegd werd en voor de tweede maal in 1708. De nagenoeg honderd houten huizen werden een prooi van de vlammen doordat een oude vrouw onvoorzichtig met vuur omging. Op de kerk en een drietal huizen bij het kerkhof na, waren alle woningen verwoest. Ook de kerkboeken gingen tijdens deze brand verloren. In het nieuw aangelegde trouwboek schreef de dominee:

Den agsten maij is dese stadt ten enenmaal afgebrant door een oude vrouw genaemt Aaltje Kraak, alias Otten en niets gebleven als het huijs van de weduwe Kruls, de kerke en de schole, in welke tijdt ook het trouwboek en doopboek wegraekt zijn.

Revolutie en herindeling
Het jaar 1795, de tijd van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap, luidde een grote ommekeer in. De oude waarden en regels werden aan de kant geschoven. Napoleon introduceerde het gemeentestelsel, het kadaster, de burgerlijke stand en enkele andere, tegenwoordig vanzelfsprekende, ambtelijke instellingen. Voor 1795 was het grondgebied van de huidige gemeente Hardenberg ingedeeld in de heerlijkheid Gramsbergen, het schoutambt Hardenberg en de stad (het stadsgericht) Hardenberg. In 1811 worden het schoutambt en het stadsgericht samengevoegd tot de gemeente Hardenberg. Tevens wordt de gemeente Gramsbergen opgericht. Een deel van het voormalige schoutambt Hardenberg wordt om deze reden bij de voormalige heerlijkheid Gramsbergen gevoegd. Het betrof de buurtschappen Ane, Anevelde, Holtheme, Holthone, Den Velde en Loozen. In de jaren na 1815 ontwikkelde zich door de aanleg van de Dedemsvaart een nieuwe gemeente: Avereest. Deze gemeente begon klein, maar groeide snel. Zo worden in 1837 het Rheezerachterveld en de gebieden langs de latere Dedemsvaart aan de gemeente Avereest overgedragen. In 1818 wordt de zeven jaar oude gemeente Hardenberg, als uitvloeisel van een reorganisatie van de gemeentebesturen op het platteland, opgesplitst in twee gemeenten: Ambt Hardenberg en Stad Hardenberg. Hiermee werd teruggegrepen op de geografisch-bestuurlijke indeling van voor 1795. Deze schaalverkleining vormde de eerste gemeentelijke herindeling.

Tweede en derde herindeling
Een andere overheerser, in dit geval Duitsland, voegde 123 jaar later, in 1941, de gemeenten Ambt en Stad Hardenberg weer samen tot de gemeente Hardenberg. Met andere woorden, herindeling is zeker geen verschijnsel van de huidige tijd. Met de gemeentelijke herindeling in 2001 fuseerden de gemeenten Avereest, Gramsbergen en Hardenberg tot een nieuwe gemeente Hardenberg.