Van gemeentetoren tot stadscarillon

De carillontoren in 2007

Op 22 mei 2007 verleende de gemeente Hardenberg zichzelf een sloopvergunning, benodigd om in de nabije toekomst zowel het gemeentehuis als de carillontoren te kunnen afbreken. De sloop is nodig om ruimte te creëren voor de bouw van een nieuw raadhuis. Ruim veertig jaren lang hebben beide dienst gedaan.

De verwachting is dat allereerst de klokkentoren in 2008 zal worden afgebroken. Daarmee komt dan een einde aan het dagelijks meermalen terugkerende geluid van zowel de luidklokken, om het half uur, als het carillon, om het hele uur. Althans... voor bepaalde tijd, want het college heeft inmiddels de toezegging gedaan dat het carillon herplaatst wordt in het plangebied Slotgraven. De precieze locatie is echter nog niet bekend.

Hoe het begon

De bouw van de carillontoren is onlosmakelijk verbonden met de bouw van een nieuw raadhuis voor de gemeente Hardenberg. Het voormalige gemeentehuis in Heemse, nabij het huidige Rustenbergerplein, was te klein geworden. Daarom besloot men een groter bestuurscentrum in de stad te bouwen.

Het gemeentehuis en de precies vijfentwintig meter hoge klokkentoren zijn ontworpen door de Zwolse architect H. Mastenbroek. Hij kreeg al in 1950 opdracht van het gemeentebestuur om een nieuw bestuurscentrum te ontwikkelen. In 1958 was er voor het eerst sprake van een bij het nieuwe gemeentehuis te bouwen 'toren'. Die zou ook benut kunnen worden voor droging van brandspuitslangen. Zover kwam het echter niet. Aanvankelijk zou de klokkentoren alleen, zoals het woord al zegt, een klok bevatten. Het moest een wijzerplaat worden met een verlichte tijdsaanduiding. Voor de toren en de aanleg van een deels er omheen gelegen vijver, stelde de gemeenteraad een krediet van 105.000 gulden beschikbaar. Timmer- en aannemersbedrijf Gebr. Dijkhuis uit Hardenberg werd bij aanbesteding het bouwen van gemeentehuis, politiebureau én klokkentoren gegund.

Het carillion

Op initiatief van de afdeling Hardenberg van de Federatie Vrijwillige Vrouwelijke Hulpverlening werd een inzameling gehouden om de bevolking in staat te stellen aan het gemeentebestuur, ter gelegenheid van de opening van het nieuwe raadhuis, een carillon aan te bieden. De presidente van de afdeling, mevrouw C. de Goede-Mom, was de echtgenote van de toenmalige burgemeester van Hardenberg, Jacobus Hendrik de Goede.

Inwoners van Lutten wensten geen geld te geven zolang zij nog verstoken bleven van een goede riolering. Hun credo luidde: Zolang Lutten nog schijt op de ton, betalen wij niet voor het carillon!

Het carillon werd geleverd door Van Bergen's Carillon-, torenluidklokken- en torenuurwerkenfabriek uit Heiligerlee. Het bestond uit dertien klokken, waarvan de grootste een diameter van 40 centimeter had en de kleinste 20 centimeter. De eerste vier verzen die gespeeld werden, waren: Gelukkig is het land; O Heer, die daar des Hemels tenten spreidt; Hollands vlag, gij zijt mijn glorie en Wilt heden nu treden. In november 1963 werden sinterklaasliedjes ten hore gebracht als: Zie ginds komt de stoomboot, Hoor wie klopt daar kinderen en O, kom er eens kijken en rond de kerstdagen speelden de liederen: Stille nacht en Nu zijt wellekome.

Het carillion wordt gemonteerd

Storingen maar meer muziek

Nog in hetzelfde jaar, 1963, waren er problemen met het klokkenspel. In het bijzonder bij vochtige weersomstandigheden, bleek dat het carillon niet aan de verwachtingen voldeed. De kartonnen boekrollen zetten uit en liepen dan vast tussen het mechanisme. Het probleem werd snel verholpen. Vier jaren later werd in een vergadering van de Culturele Raad opgemerkt dat het carillon niet al te best functioneerde en - zo schreef het bestuur - men zou graag zien dat het aantal klokken werd uitgebreid. Inmiddels was het aantal volksliederen al met vier uitgebreid en ook kon het Wilhelmus door het carillon gespeeld worden.

In januari 1968 besloot het college tot aanschaf van twee extra muziekboeken met elk vier melodieën. Een wekelijkse omwisseling van de muziekboeken werd 'te arbeidsintensief' gevonden en daarom werd besloten om maandelijks te veranderen. Het door de burgerij, bij de opening van het gemeentehuis aangeboden klokkenspel, werd te licht bevonden. In de gemeente bestond een zogenaamd Carillonfonds, maar die rekening stond op naam van burgemeester Jan Slot. Dat geld en een gemeentelijke bijdrage was voldoende om de firma Van Bergen nog zes extra klokken te laten leveren.

Afbeelding firma Van Bergen

Firma Van Bergen

Begin 1972 liet de gemeente een onderzoek instellen naar het carillon door de Klokkengieterij Petit en Fritsen uit Aarle-Rixtel. Het carillon bestond uit 19 stuks waarvan er 13 uit 1963 dateerden en 6 uit 1969. Ter bespeling van de klokken was een electrisch-automatisch bandspeelwerk aanwezig. Dat stond opgesteld in de torenkamer op de eerste verdiepingsvloer. Elke klok had inwendig een electro-magneethamer en daarmee werden de klokken aangeslagen. De klokken waren met stalen beugels aan betonbalken bevestigd. De klokkengieterij adviseerde om op korte termijn het klokkenspel volledig te laten reviseren of een plan op te laten stellen voor de plaatsing van een groter en zwaarder carillon. De klokkengieterij offreerde een nieuw groter 3-oktaafs carillon met 36 klokken, mede omdat het bestaande klokkenspel niet voldeed aan de hoogste eisen van toonzuiverheid. Verder had het timbre, volgens Petit en Fritsen, een uitgesproken egaal karakter. Voor bijna 70.000 gulden zouden zij een nieuw carillon met zuiver afgestemde bronzen klokken kunnen leveren. De gemeente ging echter niet op dat aanbod in, vanwege het ontbreken van voldoende financiële middelen.

Onderhoud aan de toren

Het functioneren van het carillon bleef echter problematisch. Door het treffen van verschillende voorzieningen had men geprobeerd daarin verbetering aan te brengen. Zo werd het automatisch bandspeelwerk verplaatst en omtimmert en werd een verwarmingselement aangebracht. Om voor altijd een einde te maken aan de voortdurende problemen, besloot de gemeenteraad in 1976 om het automatisch bandspeelwerk te verplaatsen naar het portaal bij de buiteningang naar de publieke tribune van de raadszaal. Het kwam dus in het gemeentehuis te staan. Verder werden de oude melodieboeken (karton op linnen) vervangen door nieuwe exemplaren van kunststof omdat die ongevoelig zijn voor vocht. Voor 14.000 gulden werd deze verplaatsing gerealiseerd.

De speeltijden van het carillon werden tevens vastgesteld op weekdagen van 08.00 tot 20.00 uur en op zondagen van 09.00 tot 19.00 uur.

Bruidsmars

In 1999 werd er voor het laatst groot onderhoud aan de carillontoren gepleegd. Op speciaal verzoek van gemeentebode Jan van der Kamp werd het aantal liederen uitgebreid met de bruidsmars uit Lohengrin van Wagner. Op het moment dat de bruidegom zijn aanstaande vrouw naar de trouwzaal leidt, start de bode het lied. Op 09-09-1999 gebeurde dat de eerste keer. Het klokkenspel had toen een fikse opknapbeurt achter de rug. De klepels, die aan één kant zover waren afgesleten dat ze de klokken niet meer raakten, werden omgedraaid, roestige onderdelen, waardoor bepaalde klokken zelfs niet meer werkten, werden vervangen en de carillonband werd vervangen door een computer. Vanaf dat moment kon het stadscarillon 41 melodieën spelen. De algehele revisie werd verricht na opmerkingen daarover van de toenmalige burgemeester. Op 30 augustus 1999 kon het 'nieuwe' carillon door het college van burgemeester en wethouders symbolisch worden overgedragen aan de scheidende burgemeester drs. H. Smit.

Gedenken

Bronzen gedenkplaat op de klokkentoren

Het plaatselijk comité '4 mei herdenking Hardenberg-Heemse' kreeg in 1965 toestemming van het gemeentebestuur om aan de klokkentoren een bronzen gedenkplaat te bevestigen met de tekst '10 mei 1940 - 5 mei 1945 Hardenberg ... opdat wij hen niet vergeten'. Onder de plaat werd een vitrine geplaatst. Daarin werd een opengeslagen boek gelegd, met vermelding van de namen van alle gevallen slachtoffers van de oorlog en bezetting uit de gemeente Hardenberg in de jaren 1940-1945. De bronzen plaat en de vitrine werden rechts naast de deur en onder de luifel aangebracht.

Twintig jaar later werd de eerste gedenkplaat vervangen door een bronzen exemplaar waarin de namen van de circa 120 omgekomen verzetsstrijders en andere oorlogsslachtoffers werden gegraveerd. Eind 2000 kreeg de firma Sillen & Co. uit Swalmen opdracht om andermaal een nieuwe bronzen gedenkplaat te maken.