Gemeentehuizen

Het 'huis van de gemeente' is sinds het ontstaan van de instelling in 1811 regelmatig onderwerp van gesprek geweest in diverse gremia. Hieronder een overzicht van de raadhuizen van de voormalige gemeenten Avereest, Gramsbergen, Ambt Hardenberg, Stad Hardenberg en Hardenberg, over de afgelopen tweehonderd jaar.

De raadhuizen van Stad Hardenberg (1708-1941)

Gemeentehuis van stad Hardenberg

Het oudste nog bestaande voormalige raadhuis staat aan de Voorstraat 34 in Hardenberg en doet tegenwoordig dienst als historisch centrum. Reeds in 1805 werd dat pand in gebruik genomen door de toenmalige vroede vaderen, de burgemeesters en raden van het Stadsgericht Hardenberg. Toch had de Stad Hardenberg ver vóór 1805 al een eigen raadhuis. Bij de grote brand van 1708 werd het echter een prooi der vlammen. Na de brand trokken de burgemeesters het land door om te collecteren, van Zeeland tot Groningen en van Amsterdam tot Bentheim. Uit de opbrengst van de inzameling werd een bedrag van 74 gulden uitgetrokken voor de bouw van een nieuw stadhuis. Vijf jaar later was het reeds als zodanig in gebruik. Waarschijnlijk werd het stadhuis, evenals de andere huizen, na de brand op de oude plaats herbouwd (waarschijnlijk ten zuidwesten van de hervormde kerk).

Op 28 oktober 1805 vergaderden de burgemeesters voor het eerst in het nieuwe raadhuis. Vol trots schrijft secretaris Van Riemsdijk boven een gerichtsakte 'ter onzer eerste vergaderinge in deeze op 't nieuwe stadhuis'. Rond de eeuwwisseling was de bevolking fors in aantal toegenomen en voldeed het stadhuis niet meer aan de eisen des tijds. Om te kunnen uitbreiden kocht de gemeente een naastgelegen huis. Het gekochte pand werd afgebroken, maar het duurde nog tot 1938 voor men besloot tot uitbreiding van het raadhuis. Het nieuwe grote pand pand verloor in 1941 haar functie, door de gemeentelijke herindeling met Ambt Hardenberg. Het werd vervolgens gebruikt als onderkomen voor de afdeling gemeentewerken, maar ook bood het onderdak aan de IJsselcentrale, belastingdienst, arbeidsbureau en VVV.

De gemeentehuizen van Ambt Hardenberg (1818-1962)

Gemeentehuis van Ambt Hardenberg

Na de splitsing van Hardenberg in 1818 vestigde het gemeentebestuur zich in het oude muldershuis (huis van de molenaar) aan de Toldijk - thans De Brink - in Heemse. In 1820 verhuisde men naar een ander pand aan de Toldijk, waar een geheel verbouwde kamer in gebruik werd genomen. In 1833 werd wederom een ander pand aan die weg betrokken. Het bestuur huurde er vier vertrekken. De reden van deze laatste verhuizing was de bedompte en te vochtige situatie in het voorgaande pand.

In 1844 werd de burgemeester van Stad Hardenberg ook de burgemeester van Ambt Hardenberg. Ten behoeve van zijn werkzaamheden werd gekozen voor een gezamenlijke huisvesting in het stadhuis van Stad Hardenberg. De gemeente Ambt Hardenberg betaalde jaarlijks vijftig gulden huur.

De secretarie van de gemeente Ambt Hardenberg kwam in 1860 weer in Heemse toen de heer H.N. van Roijen tot nieuwe burgemeester werd benoemd. Zijn woning, de havezate Heemse, deed tevens dienst als gemeentehuis. In 1870 is de havezate afgebroken. Het gemeentebestuur veranderde nog tweemaal van huisvesting totdat in 1889 werd besloten tot de bouw van een nieuw gemeentehuis. De bouw werd gegund aan A. van Hattum te Utrecht. Het nieuwe volwaardige gemeentehuis verrees aan het huidige Rustenbergherplein. Bij de – door de Duitsers geordonneerde – samenvoeging van de gemeenten Ambt en Stad Hardenberg (in 1941) werd het pand in Heemse aangewezen als gemeentehuis voor de nieuwe gemeente. Het raadhuis van Stad Hardenberg, aan de Voorstraat, kreeg later diverse andere functies, bijv. als kantoor van de gemeenteontvanger.

De gemeentehuizen van Avereest (1811-2000)

Gemeentehuis van Avereest

Het eerste gemeentehuis van Avereest was feitelijk gevestigd in de herberg - van Kruizinga - te Balkbrug. De gemeente had er een kamer gehuurd waar de gemeenteadministratie berustte en waar men de raadsvergaderingen hield. Later, in de jaren ‘40 van de negentiende eeuw, werd de secretarie verplaatst naar de herberg van de assessor (wethouder) Boterman te Dedemsvaart. Vervolgens zou de gemeente vergaderen ten huize van de burgemeesters Van Dedem en Deel (Huize Moerheim), totdat de gemeenteraad in januari 1861, besloot om de secretarie en door en met hetzelve het gemeentehuis te vestigen ten huize van Karel van Zuiden te Dedemsvaart. Hier wordt voor het eerst gesproken van het gemeentehuis. Tot die tijd werd de plaats waar de gemeenteadministratie werd gevoerd en bewaard aangeduid met gemeentekamer en gemeentelokaal. Het betrof een ruimte in een bakkerij, thans bekend als Hoofdvaart 181 en 183.

Het was in de raadsvergadering van 23 Januari 1862 dat er voor het eerst werd gesproken over de bouw van een eigen gemeentehuis. Logementhouder Steenbergen stelde gratis een stuk grond beschikbaar, gelegen naast zijn etablissement. Op 9 augustus 1862 had de aanbesteding van het bouwen van het gemeentehuis reeds plaats. In 1863 werd het raadhuis in gebruik genomen. Jarenlang zijn in dit gebouw de belangen der inwoners van Avereest behartigd, tot ook hier de ruimte te klein bleek. Door het optrekken met een verdieping heeft men toen in het gebrek aan ruimte voorzien en kon het gebouw de gemeenteadministratie en gemeentediensten voldoende herbergen. Door de eerste wereldoorlog (1914-1918) en mede tengevolge van de mobilisatie- en distributiemaatregelen en de gestadige groei van de gemeente voldeed het oude gemeentehuis niet meer aan de gestelde eisen van die tijd. In de raadsvergadering van 19 februari 1918 besloot de raad tot aankoop van de villa Teunnissien Dina met bijbehorende gronden van de heer A. Brans. In dezelfde vergadering werd tevens besloten het oude gemeentehuis te verkopen. Na enige inwendige veranderingen werd de villa op 1 juli 1918 als gemeentehuis in gebruik genomen. Het gemeentehuis werd geopend door burgemeester U.P. Cavalje. Het gemeentehuis is als zodanig tot en met 31 december 2000 in gebruik geweest. Na de herindeling met Gramsbergen en Hardenberg is de functie als "huis van de gemeente" komen te vervallen. Momenteel (oktober 2003) wordt het pand verhuurd aan de Rabobank.

Het gemeentehuis van Gramsbergen (1811-2000)

Gemeentehuis van Gramsbergen

Gramsbergen heeft vanaf de instelling van de gemeente (in 1811) tot aan 1923 geen eigen gemeentehuis gehad. Men huurde een gedeelte van de burgemeesterswoning. Nog in 1851 betaalde men voor de huur van 'een locaal voor het huis der gemeente' een bedrag van zeventig gulden. Dit lokaal bevond zich in de woning van de toenmalige burgemeester en notaris Willem Swam. Vanaf 1887 huurde men twee vertrekken van het enige jaren daarvoor nieuw gebouwde statige herenhuis van burgemeester Otto van Riemsdijk. Zijn zoon, burgemeester Cornelis Johannes van Riemsdijk gaf echter in 1922 te kennen voortaan de ruimte voor eigen doeleinden te willen gebruiken. Hierop besloot de gemeenteraad op 30 januari 1923 tot de bouw van een gemeentehuis op de zogenaamde Esch, ter grootte van zes are, onder architectuur van Joh.D. Meppelink te Coevorden. Aannemer Bosman uit De Krim bleek de laagste inschrijver, met f. 23.200. Op 28 juni 1923 werd reeds de eerste steen gelegd. In de raadsvergadering van 30 januari 1924 sprak burgemeester Van Riemsdijk een openingsrede uit ter gelegenheid van het feit dat de raad toen voor het eerst vergaderde in een eigen gemeentehuis.

In 1959 bleek het gemeentehuis te klein. Het gebouw werd aan de achterzijde uitgebreid. Op 17 maart 1960 werd het verbouwde raadhuis heropend door de Commissaris van de Koningin. Een volgende - veel grotere uitbreiding - vond plaats in 1983. Er werd een groot kantoorgedeelte bijgebouwd dat op 25 mei 1984 officieel in gebruik werd genomen. Wegens de gemeentelijke herindeling per 1 januari 2001 verloos het gemeentehuis haar functie. Enige tijd later werd het pand verkocht aan een ICT-bedrijf.

Het gemeentehuis van Hardenberg (1941-2005)

Gemeentehuis van Hardenberg

Vanaf 1941 zetelde het bestuur van de nieuw gevormde gemeente Hardenberg in het voormalig gemeentehuis van Ambt Hardenberg, te Heemse. Het gebouw bleek al snel te klein voor het totale ambtelijk apparaat en het bestuur. Hardenberg werd door de provincie aangewezen als groeikern waardoor het inwoneraantal snel steeg. Deze ontwikkelingen maakten de bouw van een nieuw raadhuis noodzakelijk.

Op 13 juni 1963 werd het huidige gemeentehuis aan het Stephanusplein officieel geopend door Z.K.H. prins Bernhard. Het pand is gebouwd onder architectuur van H. Mastenbroek te Zwolle. Bij inschrijving (30 mei 1960) werd de bouw van het nieuwe gemeentehuis (en daarbij ook een nieuw politiebureau) aanbesteed. Aannemersbedrijf fa. gebr. Dijkhuis te Hardenberg schreef als laagste in, voor een bedrag van f. 1.174.000. Nog geen tien jaar later bleek het nieuwe pand al te klein. Op 24 november 1976 werd de nieuw gebouwde vleugel officieel ingebruik genomen. Rond de herindeling (2001) werd een noodvleugel bijgebouwd zodat met gebruikmaking van de panden van het voormalig politiebureau en het oude waterschapsgebouw de gehele gemeentelijk organisatie in Hardenberg gehuisvest kon worden. Toen was reeds duidelijk dat in de nabije toekomst een adequatere oplossing moest worden gevonden. Op donderdag 24 februari 2005 heeft de gemeenteraad een richtinggevende uitspraak gedaan om het thans 42 jaar oude raadhuis te vervangen door nieuwbouw op - nagenoeg - dezelfde plek.