
De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) is erop gericht dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en mee kunnen doen in de samenleving. De wet biedt ondersteuning voor mensen die hulp nodig hebben maar ook voor vrijwilligers en mantelzorgers.
De Wmo richt zich op ondersteuning, zoals hulp in de huishouding of persoonlijke verzorging. Uw eigen verantwoordelijkheid staat daarbij voorop. Als u door een lichamelijke of verstandelijke beperking moeite heeft om aan het gewone leven mee te doen, moet u eerst zelf zoeken naar oplossingen. De Wmo doet dus een beroep op uw eigen draagkracht en/of de hulp van naasten.
Als u bepaalde problemen zelf of met hulp van anderen niet kunt oplossen, kan de gemeente u ondersteunen. De gemeente zorgt dan dat u de juiste voorzieningen, hulp en ondersteuning krijgt.
Leefbaarheid
De gemeente heeft ook de taak de leefbaarheid van een straat of wijk vergroten, zodat bewoners zich meer betrokken voelen bij hun buurt en bij elkaar. Op die manier kunnen bewoners elkaar helpen of samen iets ondernemen. De gemeente helpt daarbij en maakt het de inwoners gemakkelijker om hulp of ondersteuning te vragen.
Vrijwilligers en mantelzorgers
De Wmo regelt ook dat de gemeente het werk van vrijwilligers of mantelzorgers ondersteunt. Zonder vrijwilligers kunnen veel verenigingen en buurthuizen immers niet bestaan. De vrijwillige hulp van vrienden en buren zorgt er vaak voor dat mensen met een beperking langer thuis kunnen blijven wonen.
Mantelzorgers bieden een naaste, die langdurig en intensieve zorg nodig heeft de zorg waarvoor anders professionele hulp nodig zou zijn.
Bijeenkomsten Wmo
De Wmo geeft gemeenten de opdracht te regelen hoe de Wmo lokaal wordt ingevuld. Om te horen wat er leeft bij u als inwoner, organiseert de gemeente soms huiskamerbijeenkomsten en grotere bijeenkomsten. De informatie uit die bijeenkomsten wordt besproken met de Adviesraad Wmo. Wilt u een bijeenkomst bijwonen, neem dan contact op met de voorzitter van de adviesraad.