Iedereen die binnen de gemeente op 1 januari van een jaar eigenaar en/of gebruiker is van een onroerende zaak, zoals bijvoorbeeld een woning, bedrijfspand of een stuk grond, is daarover onroerende zaak belasting verschuldigd.
De hoogte van de aanslag wordt door de gemeente vastgesteld en wordt bepaald door een percentage van de waarde te nemen. Voorbeeld: een woning heeft een WOZ-waarde van € 200.000,-. Om nu het bedrag van de aanslag uit te rekenen wordt het desbetreffende tarief vermenigvuldigd met de WOZ-waarde. (€ 200.000 * 0,0862% = € 172,40)
Peildatum
De peildatum waarop wordt bepaald wie eigenaar en/of gebruiker is van een onroerende zaak is 1 januari. In de volgende gevallen verandert er dus niets aan de opgelegde aanslag:
Dit betekent dat de nieuwe eigenaar niet eerder een aanslag krijgt dan in het volgende jaar. Dit geldt voor alle gemeenten in Nederland. De verrekening van het eigenarengedeelte van de OZB vindt bij de notaris plaats als een woning wordt verkocht. Degene aan wie de aanslag is opgelegd, moet deze ook betalen.
Vrijstelling
Kerken, begraafplaatsen en gronden gebruikt door actieve landbouwers of veehouders zijn vrijgesteld van onroerende zaak belasting.
Overlijden eigenaar
Wanneer degene die het huis op naam heeft komt te overlijden, zal de aanslag, vanaf 1 januari van het jaar daarna, gericht zijn aan de 'erven'. Vaak is dat de weduwe/weduwnaar, die dan een aanslag op naam van 'erven' van de overleden echtgenoot ontvangt. De woning op eigen naam krijgen, moet bij de notaris geregeld worden. Dit kost geld.
Bezwaar indienen
U kunt bezwaar indienen, als u vindt dat:
Bezwaar indienen kan schriftelijk binnen zes weken na dagtekening van het aanslagbiljet bij de heffingsambtenaar WOZ. U vermeldt het beschikkingsnummer, dat op u bij de WOZ-waarde vindt. En u moet uw bezwaar motiveren.