


Sport moet sportief blijven en waar nodig weer sportief worden. Want sportiviteit draagt bij aan een leuke, plezierige en veilige sportbeoefening. Het samenwerkingsverband Sportiviteit & Respect zet zich in om gezamenlijk sportiviteit en respect in de sport te verhogen.
Fair Play, wat bedoelen we en waar gaat het eigenlijk om?
Fair Play komt vooral in het vizier als er sprake is van een wedstrijdelement. Daarbij kan het gaan om een competitiewedstrijd, een partijtje tennis op het schoolplein, in de buurt of tijdens de gymles of een potje voetbal op straat of in het park. Fair Play komt, met andere woorden, aan de orde als binnen een sportsituatie met elkaar ‘de strijd’ wordt aangegaan.
Het samenwerkingsverband richt zich bij de bevordering van Fair Play, op de volgende drie aandachtsgebieden:
Omgang met regels
Geschreven regels
Fair Play heeft allereerst te maken met het zich houden aan de geschreven regels. Als sporters zich met elkaar gaan meten, is een minimale voorwaarde dat er regels zijn. Deze regels maken de wedstrijd en een zo gelijk mogelijke strijd mogelijk. Sporters, maar ook trainers en coaches dienen zich bewust te zijn van het belang van het zich houden aan de regels. De sporters moeten zich willen houden aan de regels (attitude) en zich kunnen houden aan de regels (regelkennis en vaardigheid).
Ongeschreven regels
Binnen de sport zijn er ook altijd bepaalde ongeschreven regels; de gedragsnormen. Deze ongeschreven regels bevatten verschillen per tak van sport. Wat binnen de ene sport wordt aangemerkt als gangbaar is binnen de andere unfair. Zo wordt het bijvoorbeeld als onsportief aangemerkt als binnen het tennis in de rustpauzes tegen de tegenstander gepraat wordt om deze uit de concentratie te halen. Bij volleybal is het onsportief om na afloop van de wedstrijd de tegenstander geen hand te schudden. En bij het voetbal wordt verwacht dat de bal uitgetrapt wordt tijdens een blessure van de tegenstander en vervolgens teruggegooid naar de ploeg die het laatste in balbezit was. Zo zijn er meer voorbeelden te bedenken van regels die weliswaar niet zijn vastgelegd in het regelboekje, maar die wel degelijk als fair of unfair gedrag gezien kunnen worden.
Aanpassen van de regels
Organisaties kunnen regels aanpassen van regels om Fair Play te bevorderen. Bekende voorbeelden zijn de regelaanpassingen die in het voetbal zijn gedaan. Tot aan het begin van de jaren negentig werd een voetballer die een doorgebroken speler opzettelijk onderuithaalde doorgaans bestraft met een gele kaart. Om deze zogenoemde (unfaire) strategische overtreding terug te dringen, is aan het begin van de jaren negentig een regel ingevoerd die de overtreder bestraft met een rode kaart. En om tijdrekken te voorkomen, mag de keeper de bal niet meer in de handen nemen als een eigen speler hem terugspeelt.
Omgang met anderen
Binnen dit aandachtsgebeid gaat het erom hoe sporters, trainers, coaches en scheidsrechters met elkaar omgaan tijdens de wedstrijd. Is er sprake van onderling respect of geldt dat er eerder sprake is van een werkelijke strijd tussen de sporters, waarbij alles geoorloofd is als de scheidsrechter het maar niet ziet? Wordt er gemopperd als iemand fouten maakt? En worden beslissingen van de scheidsrechters door sporters en trainers geaccepteerd of wordt er veel gemopperd, gescholden of zelfs fysiek geweld gebruikt? Geven de trainers en coaches het goede voorbeeld?
Het gaat hierbij om het effect van iemands gedrag op anderen: gedrag van een sporter, ook al is het op zichzelf gericht, heeft invloed op anderen. Een sporter die veelvuldig hardop scheldt en vloekt op zichzelf zal een negatieve invloed op zijn omgeving hebben.
Gelijkheid van kansen
Organisaties in de sport kunnen zorgen voor gelijkheid van kansen. Hierbij hoort een zo eerlijk mogelijke competitie-indeling, een goede indeling van de teams of het aanpassen van de wedstrijd als de accommodatie ongelijke kansen in de hand werkt. Praktijkvoorbeelden zijn het schaatsen waarbij op de 500 meter tijdens wereldkampioenschappen en Olympische Spelen twee series worden gereden en de schaatsers één keer de binnenbaan één keer de buitenbaan rijden. Ook de verbreding van de Bosbaan bij het roeien om op die manier boei-voordelen te minimaliseren of in het geheel weg te nemen, is een voorbeeld van ‘optimalisering van gelijkheid van kansen’.
Het Fair Play-beleid is ingebed in een breder beleid dat gericht is op de bevordering van sportiviteit en respect in de sport. Dit beleid richt zich niet alleen op datgene wat binnen de wedstrijd gebeurt, maar is breder. Het richt zich bijvoorbeeld ook op de wijze waarop ouders zich langs de lijn gedragen, hoe de tegenstanders worden ontvangen, de toeschouwers aanmoedigen, hoe men binnen de vereniging met elkaar omgaat en hoe het taalgebruik is. Een dergelijke inbedding van Fair Play in een breder Sportiviteit & Respect-beleid sluit goed aan bij de praktijk en de vragen die daaruit voortkomen.
Verantwoordelijkheid
Iedereen in de sport is persoonlijk verantwoordelijk voor sportief gedrag en mag daar dan ook op aangesproken worden (individuele verantwoordelijkheid). Maar niet alleen individuen zijn verantwoordelijk voor fair gedrag, ook als groep en/of als organisatie (vereniging, bond, school) heb je een gezamenlijke verantwoordelijkheid (institutionele of organisatorische verantwoordelijkheid). Zo kun je als organisatie de voorwaarden scheppen waarin het voor iedereen gemakkelijker en vanzelfsprekender wordt om aan (persoonlijk) sportief gedrag te werken. Een sportvereniging zal dus sporters moeten stimuleren zich aan de spelregels te houden. Dit kan door ervoor te zorgen dat sporters geïnformeerd worden over de spelregels, dat een goede scheidsrechter de wedstrijd leidt en dat de trainer/coach het goede voorbeeld geeft en sportiviteit ook daadwerkelijk stimuleert. Trainers, coaches, spelers, scheidsrechters, docenten, ouders en supporters hebben dus allemaal een actieve rol in de stimulering en handhaving van Fair Play.