Onroerende zaak belasting (OZB)

Onroerende zaak belasting (OZB)

Onroerende zaak belasting (OZB)

Onroerende-zaakbelastingen (OZB) (code belastingsoort 01 en 02)

Iedereen die binnen de gemeente op 1 januari van een jaar eigenaar en/of gebruiker is van een onroerende zaak krijgt een aanslag. OZB kent een verschil tussen eigenaren en gebruikers, maar ook tussen woningen en niet-woningen (bedrijfspanden). Met ingang van 1 januari 2006 is het gebruikersdeel van woningen afgeschaft, voor gebruikers van niet-woningen blijft de OZB wel bestaan.


Veelgestelde vragen:


Wat is een onroerende zaak?
Een woning, bedrijfspand, een stuk grond enz…

Welke panden zijn vrijgesteld?
Kerken, begraafplaatsen, gronden gebruikt door actieve landbouwers of veehouders.

Waarom is 1 januari nu zo belangrijk?
Omdat dit de peildatum is waarop wij bepalen wie eigenaar en/of gebruiker is van de onroerende zaak. Situatie op 1 januari 2010 is bepalend. Dus in de volgende gevallen verandert er niets aan de opgelegde aanslag:

- Verkoop van de woning/bedrijfspand in de loop van het belastingjaar;

- Beëindiging van het gebruik van het bedrijfspand in de loop van het belastingjaar;

Overigens betekent dit wel dat de belastingplichtige voor de nieuwe onroerende zaak (bijvoorbeeld: de nieuwe woning) niet eerder een aanslag krijgt dan in 2010. Dit geldt voor alle gemeenten in Nederland. Wanneer een woning wordt verkocht, dan vindt verrekening van het eigenarengedeelte van de OZB bij de notaris met de nieuwe eigenaar plaats. Dit gaat echter buiten de gemeente om en degene aan wie de aanslag is opgelegd moet deze ook betalen.

Hoe komen wij aan de gegevens over de eigenaar?
Deze gegevens worden uit het kadaster gehaald.

Verwarring over de vraag wie eigenaar is ontstaat nog wel eens in situaties waarin de ouders de woning in eigendom hebben overgedragen aan de kinderen. Voorwaarde waaronder dergelijke overdrachten plaatsvinden zijn vaak dat de ouders tot de dood in de woning mogen blijven wonen. In die gevallen krijgen de ouders het zakelijk recht van gebruik en bewoning. Dit zakelijk recht gaat boven het zogenaamde blote eigendom, dus de ouders krijgen de aanslag.

Wanneer degene die het huis op naam heeft komt te overlijden, zal de aanslag met betrekking tot het eigendom, vanaf 1 januari van het jaar daarna, gericht zijn aan de ‘erven’. Vaak is dat de weduwe/weduwnaar, die dan een aanslag op naam van ‘erven’ van de overleden echtgenoot ontvangt. Om de woning op naam te krijgen moet dit bij de notaris geregeld worden, dit brengt kosten met zich mee.

Hoe hoog is de aanslag?
De hoogte van de aanslag is afhankelijk van de vastgestelde waarde (WOZ-waarde). Deze waarde wordt door de gemeente vastgesteld. Bij de gemeente Hardenberg gebeurt dat bij het cluster Vastgoed. Wanneer iemand het niet eens is met de waarde dan kan hij/zij een bezwaarschrift indienen bij het cluster Vastgoed. Voor vragen over de waarde kan men informatie inwinnen bij het cluster Vastgoed. Telefoonnummer: 0523 - 289453.

Hoe wordt de aanslag berekend?
De hoogte van de aanslag is dus afhankelijk van de waarde van de onroerende zaak. Deze waarde werd tot en met 2008 gedeeld door € 2.500,-- De uitkomst (aantal eenheden) werd vermenigvuldigd met het tarief en dat was dan het bedrag van de aanslag. Met ingang van 2009 geldt een andere systematiek. De hoogte van de aanslag wordt nu bepaald door een percentage van de waarde te nemen.

Voorbeeld t/m 2008: Een woning heeft een WOZ-waarde van € 200.000,--. Dit bedrag wordt gedeeld door € 2.500,--, de uitkomst is 80. Het aantal eenheden is dus 80. Om nu het bedrag van de aanslag uit te rekenen werd het desbetreffende tarief vermenigvuldigd met 80. (80 * €1,94 = € 155,20)

Voorbeeld voor 2010: Een woning heeft een WOZ-waarde van € 200.000,--. Om nu het bedrag van de aanslag uit te rekenen wordt het desbetreffende tarief vermenigvuldigd met de WOZ-waarde. (€ 200.000,-- * 0,0787% = € 157,40)

Ik ben geen eigenaar van dit pand?
Ligt de verkoopdatum na 1 januari 2010 dan is de aanslag juist. Immers de peildatum 1 januari 2010 is bepalend. Ligt de verkoopdatum voor 1 januari 2010, dan kunt u schriftelijk bezwaar maken.

Ik ben het niet eens met de waarde van mijn pand.
U kunt schriftelijk bezwaar maken.